ii. Borgtocht is geen garantie op eerste verzoek

Conform artikel 30 AUR mag de aanbestedende overheid ambtshalve bepaalde sommen afhouden van de door de inschrijver gestelde borgtocht i.g.v. laattijdige of (gedeeltelijke) niet-uitvoering van de opdracht of bij verbreking van de opdracht.

De formulering van artikel 30 AUR kon geïnterpreteerd worden als was deze ambtshalve afhouding een garantie op eerste verzoek, waarbij de instelling bij wie borgtocht gesteld werd deze moest vrijgeven zodra aan bepaalde voorwaarden voldaan was. Zij kon daarbij niet het voorafgaand akkoord van de opdrachtnemer eisen.

Het Verslag aan de Koning bij het reparatie-KB stelt nu uitdrukkelijk dat deze afhouding van de borgtocht “geen garantie op eerste verzoek” is en verplicht thans om “rekening te houden met de verweermiddelen van de opdrachtnemer”. Indien de opdrachtnemer geen verweer voerde, mag de instelling bij wie borgtocht gesteld werd de vrijgave ervan niet afhankelijk stellen van het akkoord van de opdrachtnemer. Dit lijkt te impliceren, ook al bepaalt het gewijzigde artikel 30 AUR dit niet uitdrukkelijk, dat de instelling wél het voorafgaand akkoord van de opdrachtnemer kan eisen indien deze laatste wel verweer voerde.

Het gewijzigde artikel 30 AUR is van toepassing op opdrachten bekendgemaakt vanaf 28 april 2018.

Contact