10.De afschaffing van de THV

Een van de speerpunten van de hervorming is dat het aantal vennootschapsvormen drastisch zou worden herleid. De overtuiging is dat dit de wereld voor startende ondernemingen eenvoudiger zal maken. De THV, die in academische kringen vaak wordt beschouwd als een rechtshistorisch curiosum, was in dat opzicht waarschijnlijk één van de eerste vormen om te sneuvelen.

Hoewel ze misschien zelden wordt gebruikt door starters en ook minder in de algemene handelspraktijk, komt deze vorm wel vaak voor bij de aanneming van bouwwerken. Voor vele projecten verenigen vooral aannemers zich in een THV om met gebundelde krachten te contracteren met de bouwheer. Daarbij organiseren ze onderling de taak-, kosten- en resultaatsverdeling onder de vennoten / partners in het THV-contract.

Om de impact van het "verdwijnen" van de tijdelijke handelsvennootschap in te schatten, is het van belang voor ogen te houden wat die vennootschap nu is. Het gaat om een vennootschap:

  • zonder rechtspersoonlijkheid – wat maakt dat zij zelf geen titularis van rechten kan zijn en ook niet zelf in rechte kan optreden, maar dit via haar vennoten moet doen; en
  • met onbeperkte aansprakelijkheid – wat schuldeisers toelaat rechtstreeks de vennoten aan te spreken;
  • die tijdelijk is – wat haar in tijd beperkt tot één onderneming / project of tot één voorafbepaalde duur; en
  • die een handelskarakter heeft – wat de vennootschap in staat stelt om op te treden in het handelsverkeer, maar wat tevens de hoofdelijke gehoudenheid van haar vennoten dicteert, in tegenstelling tot een burgerlijk karakter.

Als we die eigenschappen vergelijken met de maatschap (een bestaande vennootschapsvorm die de voorgenomen hervorming wel overleeft), is het "verdwijnen" van de THV te relativeren. De THV heeft haar eerste twee eigenschappen nu al zonder uitzondering met de maatschap gemeen. Ook die vennootschapsvorm wordt gekenmerkt door de afwezigheid van rechtspersoonlijkheid en de onbeperkte aansprakelijkheid van de vennoten. Bovendien is het vanaf 1 november 2018 (door de inwerkingtreding van de wet op de hervorming van het ondernemingsrecht) niet meer relevant of een vennootschap een commercieel doel (of commerciële activiteiten) heeft. Het  onderscheid tussen burgerlijke vennootschappen en handelsvennootschappen is door die wet afgeschaft, zodat er sinds 1 november 2018 enkel sprake is van "tijdelijke vennootschappen" zonder meer..

Reken daarbij dat niets vennoten belet een maatschap voor bepaalde duur of voor een bepaald aflopend project op te richten en het is nu al perfect denkbaar dat een maatschap wordt gevormd die in alles gelijkt op een tijdelijke (handels)vennootschap. Academisch zou men elke T(H)V kunnen herleiden tot een maatschap met specifieke modaliteiten en een duidelijk verschillende naam ("haas, ik doop u vis"). De toegevoegde waarde van die naam "T(H)V" is beperkt.

Ook na de hervorming zou het bovendien mogelijk blijven om maatschappen op maat te moduleren en kan de nieuwe maatschap een commercieel doel krijgen en beperkt worden tot een bepaald project of in de tijd. Wat wordt gepresenteerd als een "afschaffing", zal dus in de praktijk voornamelijk neerkomen op een nieuwe benaming.

Hoewel er na de hervorming geen wettelijke omschrijving van de THV meer zal zijn, kunnen partijen m.a.w. nog steeds een soort THV creëren rond het wettelijke geraamte van de maatschap. Als aannemers (of anderen) zich dus zullen verenigen voor een bepaald project, zal de wetgever de partijen binnenkort verplichten om het etiket en de vorm "maatschap" te gebruiken, op wat in hun beleving nog de kenmerken van een THV zal kunnen hebben ("vis, ik doop u haas").

Eerder dan een vereenvoudiging, is dit vooral een nuttige verduidelijking. Haas of vis, de oprichters van nieuwe maatschappen, zullen duidelijker voor ogen hebben wat ze oprichten. Voor het lot van de THV's na de inwerkingtreding van het nieuwe wetboek, is het uitkijken naar de definitieve overgangsregeling. Hier vindt u alvast onze beschrijving van de voorgestelde overgangsregeling.