Corporate mobility

Het vrij verkeer van personen en goederen staat o.a. door de Brexit onder druk, maar blijft voor "blijvende" EU-lidstaten een feit. In een reeks mijlpaalarresten heeft het Europees Hof van Justitie dit vrij verkeer toegepast op rechtspersonen en vennootschappen.

De rode draad in de rechtspraak van het Hof is dat nationale regels die het vrij verkeer van vennootschappen belemmeren vaak onverenigbaar zijn met de basisbeginselen van het Europees recht, en dus opzij moeten worden gezet. Vennootschappen in de Europese Unie worden daardoor een stuk mobieler en dit verschijnsel wordt omschreven als (verhoogde) corporate mobility.

De reden waarom een eenvoudig gegeven als vrijheid van vestiging aanleiding kan geven tot tal van arresten van het hoogste rechtscollege in de Europese Unie, is op zich al een complex gegeven. In oorsprong gaat het over conflicterende nationale regels, die allemaal verschillend omgaan met de vraag welk vennootschapsrecht op een concrete vennootschap van toepassing moet zijn. Neem daarbij dat vennootschappen via vestigingseenheden op verschillende plaatsen tegelijk kunnen zijn en de lijnen zijn getrokken voor een complexe matrix aan grensoverschrijdende bewegingen van vennootschappen. Lees hier de theorie achter de matrix.

Om enigszins bevattelijk te maken wat die theoretische matrix voor Belgische vennootschappen (of voor buitenlandse vennootschappen in België) betekent, hebben we twee concrete toepassingen geanalyseerd in het licht van de Europese rechtspraak:

  • een eerste concreet geval is het gebruik van brievenbusvennootschappen (lees hier hoe dit werkt): vennootschappen die in één land worden opgericht, maar die daar enkel een brievenbus hebben, terwijl alle activiteiten in een ander land worden ontwikkeld;
  • een tweede geval is het bewust migreren van vennootschappen: vennootschappen die hun aanknopingspunt met hun lidstaat van oorsprong willen doorknippen om een vennootschap naar het recht van een andere lidstaat te worden, of er minstens hun zetel te vestigen (lees hier hier in welke mate dit in de huidige Europese context kan).

Zoals meer in detail beschreven bij de bespreking van de specifieke topics, is de sleutel voor meer mobiliteit de toepassing van de statutaire zetelleer in plaats van de "werkelijke zetel"-doctrine. Dat is exact wat minister Geens in zijn hervorming van het vennootschapsrecht voor ogen had.

Nu zullen de Belgische vennootschappen toegankelijker zijn voor ondernemers in andere lidstaten van de Europese Unie; zullen Belgische ondernemers makkelijker met Belgische vennootschappen kunnen ondernemen in het buitenland; en zullen vennootschappen uit andere lidstaten vlotter kunnen worden gerecupereerd als vennootschappen naar Belgisch recht.