Opgepast: sociale inspectie verscherpt controle op verplicht corona telewerk

Opgepast: sociale inspectie verscherpt controle op verplicht corona telewerk

Verplicht telewerk

Telewerk is nog steeds verplicht bij alle ondernemingen, verenigingen en diensten voor alle personeelsleden, tenzij in twee gevallen : wanneer telewerk onmogelijk is (1) hetzij omwille van de aard van de functie van de werknemer; (2) hetzij omwille van de continuïteit van de bedrijfsvoering, de activiteiten of de dienstverlening.

Zo is het bijvoorbeeld duidelijk dat werknemers aan de lopende band van een fabriek, een bouwwerf of schoonmaakpersoneel nauwelijks van op afstand kunnen werken. Hetzelfde geldt voor IT-personeel wanneer zij de toegang tot de fysieke servers van het bedrijf nodig hebben om de continuïteit ervan te kunnen garanderen.

In vele gevallen zal het echter niet zo eenvoudig zijn om deze afbakening te maken. Dit is te meer zo omdat het de werkgever zelf is die in eerste instantie moet bepalen welke werknemers wel of niet aanwezig moeten zijn. Dit vormt een hachelijke opgave die nadien door de sociale inspectie gecontroleerd, en desgevallend gesanctioneerd zou kunnen worden.

Wat als telewerk niet mogelijk is?

Wanneer het verplicht telewerk in de praktijk niet mogelijk is, moeten er tijdig passende preventiemaatregelen genomen worden die de regels van social distancing op de werkplek garanderen.

Deze maatregelen omvatten niet alleen het waarborgen van de befaamde anderhalve meter tussen personen, maar ook talrijke andere passende voorschriften die in de Federale of sectorale gidsen vastgelegd werden en/of aangevuld worden met gelijkwaardige maatregelen die binnen de onderneming genomen zijn. Collectieve maatregelen hebben hierbij steeds voorrang op individuele maatregelen.

Derden en werknemers die de werkplek bezoeken, moeten van deze maatregelen op de hoogte worden gebracht. De werknemers moeten ook een attest of een ander bewijsstuk hebben waaruit de noodzaak van hun aanwezigheid op de werkplaats blijkt. Er wordt hiervoor geen specifieke inhoud of vorm opgelegd. Het is dus aan de ondernemingen zelf om de vorm ervan te bepalen en hun werknemers een verklaring af te geven waaruit blijkt dat de continuïteit van de bedrijfsvoering en/of de aard van hun functie hun aanwezigheid in de onderneming vereist.

Meer en strengere controles in 2021

Sinds maart 2020 werden er reeds vele werkgeverscontroles uitgevoerd die kaderden in een eerder preventief en coachend handhavingsbeleid ten aanzien van de naleving van de Covid-19 maatregelen.

De sociale inspectiediensten hebben voor 2021 aangekondigd dat zij deze controles, die nu geheroriënteerd worden naar een meer repressief beleid, zullen opdrijven. De inspecteurs zullen hierbij sneller geneigd zijn om een PV op te stellen wanneer zij zware inbreuken of een manifeste omwille van de werkgever om de opgelegde verplichtingen inzake de COVID-19 maatregelen na te leven vaststellen.

Bovendien kondigden de sociale inspectiediensten aan dat zij in januari 2021 een nationale campagne van flitscontroles rond het verplicht telethuiswerk in de tertiaire sector (dienstverlening) zouden uitvoeren. Onlangs werd door de drie ministers die verantwoordelijk zijn voor de bestrijding van sociale fraude besloten om deze flitscontroles op telewerk in de tertiaire sector met een maand, tot eind februari 2021, te verlengen.

Onderneming zullen dus in de loop van het jaar 2021 meer en intensiever gecontroleerd worden op de naleving van de Covid-19-maatregelen. Minstens tot eind februari 2021, zal hierbij een bijzondere nadruk liggen op de naleving van het verplichte telewerk in de tertiaire sector.

Wat wordt door de sociale inspectiedienst gecontroleerd?

De meeste sociale inspectiediensten werden belast met het toezicht op de naleving van de Covid-19-maatregelen in de ondernemingen. Hun onderzoeksbevoegdheid is enorm. Het betreft de naleving van alle gezondheidsmaatregelen: afstand tussen de werknemers, scheidingswanden, ventilatie van de lokalen, verstrekking van hydroalcoholische gel, dragen van maskers, enz.

Verder heeft het toezicht uiteraard ook betrekking op de naleving van de verplichting tot telewerken. De inspecteurs zullen hierbij in het bijzonder nagaan of het telewerk voor de in de onderneming aanwezige werknemers inderdaad onmogelijk is en of zij over een bijgewerkt certificaat beschikken.

In dit verband zal de risicoanalyse die door de wetgeving inzake welzijn op het werk wordt opgelegd, een belangrijke rol spelen die de sociale inspecteurs zorgvuldig zullen onderzoeken. Om deze reden is een actuele risicoanalyse van de gezondheidsrisico’s en -maatregelen dan ook van essentieel belang.

De SIOD (Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst) heeft een onderzoeks- en controlelijst ter zelfbeoordeling gepubliceerd zodat de werkgevers zich zo goed op de inspectiecontroles kunnen voorbereiden en de naleving van de verplichte maatregelen kunnen verzekeren.

In elk geval mag niet uit het oog worden verloren dat de controle op de naleving van de Covid-19-maatregelen niet uitsluit dat de inspectiediensten, elk binnen hun eigen bevoegdheidsgebied, ook andere aspecten van de sociale wetgeving controleren. Zo kunnen ook andere welzijnsvereisten die niet specifiek verband houden met de Covid-19-maatregelen of de naleving van de voorwaarden in verband met de tijdelijke werkloosheid van Covid-19 gecontroleerd worden.

Wat zijn de mogelijke sancties

Het niet-naleven van de verplichtingen die voortvloeien uit de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, kan bestraft worden met strafrechtelijke geldboetes van 400 tot 4.000 EUR of administratieve boetes van 200 tot 2.000 EUR, vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.

Het bijzondere aan deze nieuwe sancties is dat zij niet alleen van toepassing zijn op de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber, zoals gewoonlijk het geval is in het sociaal strafrecht, maar ook op elke andere persoon die de verplichtingen in de onderneming niet heeft nagekomen. Met andere woorden kan de werknemer ook worden beboet, net zoals elke derde die in het bedrijf aanwezig is: bezorger, onderaannemer, bezoeker, enz.

Daarnaast kunnen uiteraard ook sancties worden opgelegd voor andere inbreuken op de sociale wetgeving die tijdens de inspectie aan het licht komen.