Brussel - nietigverklaring van de BWRO-bepalingen die de drempel voor het uitvoeren van een effectenstudie verhogen tot 401 parkeerplaatsen

Brussel - nietigverklaring van de BWRO-bepalingen die de drempel voor het uitvoeren van een effectenstudie verhogen tot 401 parkeerplaatsen

Op 21 januari 2021 heeft het Grondwettelijk Hof in Brussel een belangrijke uitspraak gedaan op het gebied van het stedenbouwkundig recht (arrest nr. 6/2021). Het Hof heeft zich uitgesproken over het beroep tot vernietiging ingesteld tegen de ordonnantie van 30 november 2017 tot hervorming van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) en van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen en tot wijziging van aanverwante wetgevingen.

Het gaat dus om de ordonnantie tot hervorming van het BWRO, die voor de onderstaande bepalingen op 20 april 2019 in werking was getreden.

De hervorming voorzag onder meer in een verhoging van de drempels waarboven projecten aan een effectenstudie worden onderworpen.

Voorafgaand aan de hervorming werden parkings met meer dan 200 plaatsen onderworpen aan een effectenstudie, terwijl parkings met 50 tot 200 plaatsen werden onderworpen aan een effectenrapport.

De Brusselse wetgever heeft besloten deze drempel te verhogen, zodat alleen parkeergarages met meer dan 400 plaatsen aan een effectbeoordeling worden onderworpen, terwijl parkeergarages met 50 tot 400 plaatsen aan een (eenvoudig) effectrapportage worden onderworpen.

Deze wijziging werd gerechtvaardigd door het feit dat de drempel van 200 plaatsen voor gevolg had dat een relatief groot aantal projecten waarvoor alleen de parkeerplaats een reden tot studie is aan een effectenstudie werd onderworpen. De procedure van de effectenstudie is nochtans tijdrovend en duur, zowel voor de aanvrager als voor de overheden die belast zijn met het begeleiden ervan. De regering was ook van mening dat, behoudens uitzonderlijke gevallen, de effecten van een parking op het leefmilieu zoals dat van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest adequaat kan worden beoordeeld aan de hand van een effectenrapport (een minder tijdrovend en duur instrument is en net als de studie beantwoordt aan alle vereisten van de Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 13 december 2011 met betrekking tot de beoordeling van de effecten van bepaalde openbare en privéprojecten op het milieu).

Het Grondwettelijk Hof heeft de bepalingen tot verhoging van deze drempel nietig verklaard wegens schending van de standstill-verplichting. Artikel 23, derde lid, 4° van de Grondwet, waarin het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu is vervat, verbiedt de wetgever immers het beschermingsniveau dat door de toepasselijke wetgeving wordt geboden, aanzienlijk te verlagen, zonder dat daarvoor redenen van algemeen belang bestaan.

Het Hof stelt dat "de bestreden bepalingen, voor het publiek op wie de aanleg van parkings met 201 tot 400 parkeerplaatsen betrekking heeft, die vroeger aan een effectenstudie waren onderworpen en voortaan aan een effectenrapport worden onderworpen, een aanzienlijke achteruitgang van het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu met zich meebrengt. » (B.12).

Bovendien oordeelde het Hof dat "hoewel in beginsel kan worden aangenomen dat het doel dat erin bestaat het aantal aan een effectenstudie onderworpen projecten te verminderen gelet op de lange tijdsduur en op de kostprijs ervan, een reden van algemeen belang uitmaakt valt niet in te zien in welk opzicht het verantwoord zou zijn om dat doel te verwezenlijken door de projecten voor parkings met 201 tot 400 plaatsen uit te sluiten van de waarborgen die de procedure inzake de effectenstudie inhoudt, terwijl het publiek op wie het uitvoeren van dat soort van projecten betrekking heeft, tot de inwerkingtreding van de bestreden bepalingen die waarborgen genoot en terwijl niet wordt aangetoond dat die voortaan minder nuttig zouden zijn. »

Bijgevolg worden de relevante bepalingen van het BWRO (bijlage A 17) en 18) en bijlage B 25) en 26)) nietig verklaard.

Als gevolg daarvan zullen aanvragen voor milieuvergunningen voor parkings met meer dan 200 parkeerplaatsen moeten worden onderworpen aan een effectenbeoordeling in plaats van een effectenrapport.