De terugdraaiende teller: over rechtsonzekerheid en de toekomst

De terugdraaiende teller: over rechtsonzekerheid en de toekomst

  • Pro memorie: “het systeem van de terugdraaiende teller”

Met het  arrest van 14 januari 2021 vernietigde het Grondwettelijk het Vlaams compensatiemechanisme, beter gekend als het gunstregime van de “virtuele terugdraaiende teller” wegens strijdigheid met de Grondwet.

De vorige Vlaamse regering nam met het Vlaams decreet van 26 april 2019[1] verscheidene bepalingen inzake de digitale meter op in het Energiedecreet. Zonnepaneeleigenaars met een digitale meter betalen een netvergoeding op basis van de werkelijke stroomafname. De digitale meter registreert afzonderlijk de afname en de injectie.

Om de impact op de rendabiliteit van kleine PV-installaties te beperken, voorzag de Vlaamse regering weliswaar in een overgangsregeling: Wie ten laatste op  31 december 2020 een kleine productie-installatie plaatste, kreeg de mogelijkheid om 15 jaar vanaf de indienstneming te genieten van de terugdraaiende teller. Dit compensatiemechanisme houdt in dat de bruto van het net afgenomen elektriciteit wordt verminderd met de geproduceerde en op het net geïnjecteerde elektriciteit. De afnemers met terugdraaiende teller betalen hierdoor enkel voor hun nettoverbruik. Daartegenover staat wel een forfaitaire bijdrage voor het gebruik van het distributienet: het prosumententarief.

Tot eind 2020 konden bestaande en nieuwe prosumenten met een digitale meter kiezen voor het oude of het nieuwe systeem.

  • De Vlaamse regering wordt teruggefloten

Deze overgangsregeling was weliswaar buiten de energiewaakhonden VREG, CREG, de energieproducentenorganisatie Febeg en de federale regering gerekend.

Zij stapten samen met enkele particulieren naar het Grondwettelijke Hof en verzochten het Hof om verschillende bepalingen van het decreet van het Vlaamse Gewest van 26 april 2019 te vernietigen. De opgeworpen grieven hadden betrekking op:

  1. De tijdelijke instandhouding van het compensatiemechanisme en het prosumententarief
  2. De toewijzing van bepaalde kosten aan de netgebruikers
  3. De bescherming tegen elektromagnetische straling
  4. De bescherming tegen het afsluiten van de toevoer van elektriciteit
  5. De bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Het Hof vernietigde met het arrest nr. 5/2021 de volgende bepalingen:

  • Artikel 17 van het decreet van 26 april 2019 tot wijziging van het Energiedecreet, dat artikel 4.1.22/2 wijzigt en bepaalt wie de kosten voor het installeren van een digitale meter betaalt.

Het Hof oordeelt dat het bepalen van tarieven weliswaar niet tot de bevoegdheid van de decreetgever behoort, maar tot de exclusieve bevoegdheid van de VREG. Gelet op de onafhankelijkheid van de energieregulator, vernietigt het Hof de toewijzing aan de netgebruikers van de kosten van de plaatsing en de indienststelling van de digitale meter.

Hiermee vernietigt het Hof de tijdelijke instandhouding van het oude systeem van het prosumententarief wegens schending van de bevoegdheidsverdelende regels. Volgens het Hof vormen de bepalingen inzake het prosumententarief een inbreuk op de federale bevoegdheden inzake transmissienettarieven en de federale belastingbevoegdheid. Het prosumententarief bundelt immers het distributietarief - een Vlaamse bevoegdheid - en het transmissietarief - een federale bevoegdheid. Het Vlaamse gewest mag weliswaar geen afbreuk doen aan de bevoegdheid van de federale overheid inzake federale transmissietarieven en belastingen.

  • Artikel 35, 3° en 4° van hetzelfde decreet, dat artikel 6.1.2, §1van het Energiedecreet wijzigt.

Hiermee vernietigt het Hof de bepaling die het mogelijk maakte dat een netgebruiker die de plaatsing van een digitale meter verhindert, van het elektriciteitsnet door de netbeheerder wordt afgesloten zonder raadpleging van de lokale adviescommissie. De afwezigheid van een voorafgaand advies komt volgens het Hof neer op een aanzienlijke vermindering van het beschermingsniveau van het recht op een behoorlijke huisvesting.

Het Hof oordeelt tot slot dat de machtiging aan de Vlaamse regering om de voorwaarden te bepalen waaraan de digitale meter moet voldoen,  zo moet worden geïnterpreteerd dat elke netgebruiker kan kiezen voor een communicatie via bekabeling in plaats van een draadloze communicatie. Het Hof komt hiermee tegemoet aan de grief van enkele particulieren in verband met de bescherming tegen elektromagnetische straling. Deze particulieren wezen er immers op dat de netgebruiker met een draadloze digitale meter werd blootgesteld aan elektromagnetische straling, wat een schending uitmaakt van het recht op bescherming op het leefmilieu.

Voor het overige worden de beroepen door het Hof verworpen. Opmerkelijk hierbij is dat de overgangsregeling dus niet wordt vernietigd op basis van de door VREG aangevoerde discriminatie tegenover afnemers zonder zonnepanelen.

Om de administratieve en financiële impact van de vernietiging voor de betrokkenen enigszins te beperken, handhaaft het Grondwettelijk Hof de gevolgen van de vernietigde compensatieregeling voor de bedragen gefactureerd vóór de datum van publicatie van dit arrest in het Belgisch Staatsblad. De regeling wordt met andere woorden niet met terugwerkende kracht geschrapt. Prosumenten zullen dus  geen afrekening krijgen om het verschil tussen het prosumententarief en het reële tarief in het verleden te betalen.

  • Wat nu?

Voor al die gezinnen die recent nog investeerden in zonnepanelen, komt dit arrest - ondanks de eerdere waarschuwingen van de Raad van State en de VREG - als een slag in het gezicht. Bij de uitrol van de digitale meter, had de vorige Vlaamse Regering immers verzekerd dat eigenaars nog zo’n 15 jaar konden rekenen op een virtuele terugdraaiende teller.

Voor de  101.000 rechtstreeks getroffen eigenaars met een digitale meter wordt het bruto verbruik en de injectie van elektriciteit niet meer gecompenseerd. De aanrekening zal verlopen op basis van het werkelijke gebruik van het net. Het prosumententarief vervalt. Om het maximum-rendement te halen, zal het dus aangewezen zijn om de stroom zoveel mogelijk zelf te verbruiken op het moment dat de zonnepanelen de stroom produceren. Deze groep eigenaars krijgt wel een eenmalige compensatie, in de vorm van eenmalige investeringssteun die een rendement van 5% garandeert op de gemiddelde investering. Dat is vergelijkbaar met het rendement van het nieuwe subsidiesysteem van de Vlaamse Regering sinds 1 januari 2021. Eerstdaags zal voor ieder installatiejaar berekend worden wat de ondersteuning in euro per kW geïnstalleerd vermogen is.  Verder is er voor deze groep de mogelijkheid om een stroomcontract met de energieleverancier af te sluiten en op die manier een terugleververgoeding te krijgen voor de elektriciteit die men op het net zet. 

Voor de bijna 470.000 gezinnen met zonnepanelen die nog over een analoge terugdraaiende teller beschikken, verandert er voorlopig niets. Zo lang er geen digitale meter wordt geïnstalleerd, blijft het regime van de terugdraaiende teller en het prosumententarief gelden. Vanaf de vervanging van de analoge meter door een digitale meter gelden de gevolgen van het arrest. Gelet op deze gevolgen, valt het te verwachten dat een groot aantal van deze eigenaars niet meer zal willen omschakelen naar de digitale meter, hoewel dit verplicht is. Het arrest bemoeilijkt in dat opzicht dan ook de verdere uitrol van de digitale meter.

Voor eigenaars die hun kleine productie-installatie hebben geplaatst vanaf 1 januari 2021, verandert er ook niets. Voor hen geldt automatisch het systeem van het reële verbruik. In tegenstelling tot prosumenten die voor  2021 hun installatie plaatsten, kan deze groep onder bepaalde voorwaarden een eenmalige installatiepremie krijgen. Deze premie is begrensd tot 40 procent van de investeringskosten plus btw, met een maximum van 1500 euro in 2021.

Tot slot wordt de voorgenomen versnelde uitrol van de digitale meter voorlopig on hold gezet. Zonnepaneeleigenaars zullen gespreid over de periode 2021 – 2029 een digitale meter krijgen.  

De regelgeving en aanvraagformulieren voor de financiële compensatie worden thans in de globaliteit nader uitgewerkt en het is ongetwijfeld zo dat hier het laatste woord nog niet over is gezegd. Mogelijk komt de aansprakelijkheid van de Vlaamse overheid in het gedrang, omwille van de duidelijk geschapen verwachtingen en rechtszekerheid die gefnuikt werden. Ook valt nog te zien welke de mogelijk aanzienlijke impact zou kunnen zijn op de sector, het klimaatbeleid en de doelstellingen inzake hernieuwbare energie.

Voor meer informatie kunt u bij Kristof Hectors en Pauline Van Bogaert terecht.

 

[1] Decreet van het Vlaamse Gewest van 26 april 2019 “tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de uitrol van digitale meters en tot wijziging van artikel 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.5 van hetzelfde decreet”.