Drie federale verzamelwetten : wat verandert er op sociaal vlak?

Drie federale verzamelwetten : wat verandert er op sociaal vlak?

Zoals ieder jaar heeft de Federale regering ook in december 2020 nog snel een resem aan begrotings- en andere maatregelen ingevoerd over uiteenlopende onderwerpen. Drie federale verzamelwetten werden op 30 december 2020 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en zijn in werking getreden op 1 januari 2021.

De verzamelwetten bevatten ook heel wat arbeidsrechtelijke bepalingen, die we in deze nieuwsbrief graag even belichten.

  • Heruitgave van vervallen maaltijd-, eco-, sport- en cultuurcheques 

Voor de elektronische maaltijdcheques die in 2020 zijn vervallen en die niet werden verlengd, ontvangt de werknemer een nieuwe maaltijdcheque met een geldigheidsduur van 12 maanden, te rekenen vanaf het ogenblik dat de nieuwe maaltijdcheque op de maaltijdchequerekening wordt geplaatst. Dit zal geen bijkomende kosten voor werkgever noch werknemer meebrengen.

Hetzelfde geldt voor de ecocheques, zowel op de papieren als de elektronische, waarvan de geldigheidsduur in 2020 is afgelopen en voor zover zij niet werden verlengd, met het enige verschil dat de nieuwe geldigheidsduur 24 maanden bedraagt.

Een gelijkaardige verlenging is ook voorzien voor sport- en cultuurcheques.

  • Vaderschaps- en geboorte-uitkering voor zelfstandigen

Voor zelfstandigen zal het bedrag van de vaderschaps- en geboorte-uitkering worden opgetrokken in functie van een periode van onderbreking. Concreet zullen vaders waarvan het kind geboren wordt vanaf 1 januari 2021 aanspraak kunnen maken op maximum 15 volledige dagen (of 30 halve dagen). Deze periode wordt opgetrokken tot maximaal 20 volledige dagen (of maximaal 40 halve dagen) voor de geboortes die plaatsvinden vanaf 1 januari 2023.

  • Optrekking van het geboorteverlof voor werknemers

Sinds 1 januari 2021 is het bestaande recht op 10 dagen geboorteverlof opgetrokken tot 15 dagen voor de geboortes die plaatsvinden vanaf 1 januari 2021 en 20 dagen voor de geboortes die plaatsvinden vanaf 1 januari 2023.

  • Overbruggingsrecht voor zelfstandigen

Het overbruggingsrecht voor zelfstandigen, dat onder invloed van covid-19 gevoelig werd uitgebreid, zal vanaf 1 januari 2021 maandelijks 1.291,69 EUR bedragen. Dit bedrag kan nog worden verhoogd tot 1.614,10 EUR voor zover de zelfstandige een persoon ten laste heeft.  

  • Beperking impact covid-19-werkloosheid op het latere pensioen

De wetgever probeert de impact van covid-19-werkloosheid op het later pensioen te beperken. Zo zal o.a. de overlijdensdekking bij schorsing van de pensioentoezegging voor de tijdelijke werklozen ingevolge covid-19 worden verlengd tot 30 september 2021.

  • Belastingvrije overuren

De wetgeving voert “netto overuren” in bij de werkgevers die tot de cruciale sectoren behoren. Meer bepaald wordt het overloon met betrekking tot 120 vrijwillige overuren die tijdens de periode van 1 oktober 2020 –  31 december 2020 en van 1 januari 2021 – 31 maart 2021 worden gepresteerd, vrijgesteld van belasting;

  • Meer vrijwillige overuren

Tevens in verband met overuren wordt de grens van 100 vrijwillige overuren verhoogd tot 220 uren voor de periodes 1 oktober 2020 – 31 december 2020 en 1 januari 2021 – 31 maart 2021;

  • Compensatie jaarlijkse vakantie

Werkgevers die beroep hebben gedaan op tijdelijke werkloosheid ingevolge covid-19 zullen een compensatie ontvangen voor de kost van de gelijkstelling van de perioden van tijdelijke werkloosheid voor de jaarlijkse vakantie voor bedienden. Ook voor arbeiders zal een toelage worden toegekend aan de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie voor 2021.

  • Opeenvolgende arbeidsovereenkomsten zorgsector

Voor de zorgsector en de centra belast met contactopsporing in het kader van covid-19 voorziet de wet in een versoepeling van het verbod op het sluiten van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten van bepaalde tijd voor werknemers die in tijdelijke werkloosheid verkeren.

  • Terbeschikkingstelling personeel

Tot slot stimuleert de wetgeving de terbeschikkingstelling van werknemers aan gebruikers uit de zorgsector, het onderwijs en de centra belast met contactopsporing in het kader van covid-19 door de terbeschikkingstelling van werknemers mogelijk te maken voor de periode van 1 oktober 2020 tot 31 maart 2021. Tevens hebben werknemers met beroepsloopbaanonderbreking de mogelijkheid om hun onderbreking te schorsen en tijdelijk te worden tewerkgesteld bij een andere werkgever uit een deze sectoren.

De meeste bepalingen uit deze verzamelwetten treden in werking op 1 januari 2021, op enkele uitzonderingen na.

Van belang is te vermelden dat de termijnen vermeld in de covid-19-wet bij koninklijk besluit nog kunnen worden verlengd met hoogstens 3 maanden.

Voor meer info kunt u terecht bij Evi Dieltiens (auteur) of Sara Cockx (celhoofd Arbeidsrecht).