Wijziging van het Vlaams Onteigeningsdecreet: einddatum van de onderhandelingsplicht

Wijziging van het Vlaams Onteigeningsdecreet: einddatum van de onderhandelingsplicht

Op 20 oktober 2020 verscheen in het Belgisch Staatsblad het decreet van 16 oktober 2020 tot wijziging van de artikelen 2, 10 en 15 van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017.

In navolging van het Vlaams Regeerakkoord 2019-2024 wordt met deze decreetwijziging een einddatum inzake onderhandelingen over grondverwervingen bepaald. De doelstelling hiervan is om de onteigeningsprojecten te faciliteren en om onnodige vertraging te vermijden.

De nieuwe regeling houdt in dat als er bij het verstrijken van de vastgestelde termijn geen minnelijke overdracht werd gerealiseerd, de onteigenende instantie kan overgaan tot de gerechtelijke onteigening. Een dagvaarding vóór het verstrijken van die termijn is enkel mogelijk als duidelijk is dat de eigenaar niet wil onderhandelen over een mogelijke minnelijke verwerving en het bijgevolg geen zin heeft om het einde van de termijn af te wachten, en mits uiteraard de volledige bestuurlijke fase doorlopen werd, en er dus onder meer een schriftelijk aanbod werd gedaan en een definitief onteigeningsbesluit werd vastgesteld.

De termijn wordt in het voorlopige onteigeningsbesluit vermeld en van bij aanvang op formele wijze (met een beveiligde zending) aan de onteigenden meegedeeld.

De termijn wordt op basis van de concrete kenmerken van de onteigening geraamd. De geraamde termijn kan maximaal één jaar bedragen. Het gaat om een termijn van orde. Aangezien het de bedoeling is van het wijzigingsdecreet om de onteigeningsprojecten te faciliteren, kan die termijn ook korter zijn. De onteigenende instantie kan ook beslissen om de onderhandelingen na het verstrijken van de termijn nog voort te zetten.

De nieuwe regelgeving heeft tot gevolg dat het voor de te onteigenen eigenaars of zakelijk rechthouders voortaan van begin af aan duidelijk is hoeveel tijd er beschikbaar is om met de onteigenende instantie tot een minnelijke overeenkomst te komen. Toch kunnen hierbij enkele bedenkingen worden gemaakt. Hoe zal de onteigenende instantie de onderhandelingstermijn (gemakkelijk) op voorhand kunnen inschatten? Het lijkt immers moeilijk voor de onteigenende overheid om vooraf de complexiteit van een onteigening accuraat te kunnen inschatten en om basis daarvan een termijn te bepalen. Zullen de te onteigenen eigenaars en/of zakelijk rechthouders niet worden aangemoedigd om de minnelijke onderhandelingen over de volledige vooraf bepaalde termijn te rekken, eerder dan vroegtijdig het aanbod van de te onteigenen instantie te aanvaarden, waardoor de nieuwe regelgeving haar doel volledig zou missen? Wat is de minimumtermijn? Een minimumtermijn wordt in de nieuwe regelgeving alvast niet bepaald. Tot slot, aangezien de onderhandelingstermijn (die dus maximaal één jaar mag bedragen) een termijn van orde is, kan de onteigenende instantie dus beslissen om de onderhandelingen na het verstrijken van de termijn nog voort te zetten. Daarentegen kan de onteigende, na het verstrijken van de termijn, zich niet langer van de onteigenende instantie eisen dat er nog verder onderhandeld wordt.

Ook de Raad van State was in haar advies alvast kritisch en vraagt zich af “of het voorstel aldus niet neerkomt op een nadere regeling van de onderhandelingen die destijds – bij het aannemen van het decreet van 24 februari 2017 – onwenselijk werd geacht.” Bovendien twijfelt de Raad of “de voorgestelde regeling de door de indieners beoogde effecten van het versnellen en het “faciliteren” van onteigeningen zal hebben.’” (Zie Adv. RvS 67.730/1/V bij het voorstel van decreet ‘tot invoering van een vooraf bepaalde minnelijke onderhandelingstermijn in het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017, Parl.St. Vl.Parl. 2019-2020, nr. 401/2, 5.)

Of deze decreetwijziging effectief tot meer en snellere eigendomsverwervingen zal leiden, zal uiteindelijk door de praktijk moeten worden uitgewezen.

De nieuwe bepalingen treden in werking vanaf 1 december 2020 en zijn van toepassing op onteigeningen waarvoor het voorlopig onteigeningsbesluit wordt opgemaakt op of na de dag van inwerkingtreding.

Voor vragen kan u terecht bij Kristof Hectors (hoofd vakgroep omgevingsrecht) en Céline Bimbenet (auteur).