Wetsvoorstel inzake de impact van de COVID-19-crisis op overheidsopdrachten: beperkte forfaitaire vergoedingsregeling op komst?

Wetsvoorstel inzake de impact van de COVID-19-crisis op overheidsopdrachten: beperkte forfaitaire vergoedingsregeling op komst?

Op 8 juli j.l. werd bij de Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers een wetsvoorstel ingediend tot beperking van de toepassing van artikel 38/9 AUR in het kader van de COVID-19-crisis.

Artikel 38/9 AUR regelt de mogelijkheden tot herziening van de overheidsopdracht in het geval zich onvoorzienbare omstandigheden voordoen in hoofde van de opdrachtnemer.

In de regel beschikt de opdrachtnemer in het geval van onvoorzienbare omstandigheden over de mogelijkheid om aan de aanbesteder een verlenging van de uitvoeringstermijn te vragen hetzij, wanneer er sprake is van een zeer belangrijk nadeel, een andere vorm van herziening van de overheidsopdracht of zelfs de verbreking ervan.

Veelal vordert de opdrachtnemer in dit kader de betaling van een vergoeding voor alle schade en extra-kosten die voortvloeien uit de onvoorzienbare omstandigheden die zich hebben voorgedaan.

In het geval van de COVID-19-crisis menen de indieners van het wetsvoorstel dat het onbillijk zou zijn om al deze schade en extra-kosten eenzijdig en hoofdzakelijk ten laste te leggen van de aanbesteder.

Het ingediende wetsvoorstel strekt er dan ook toe de toepassing van artikel 38/9 AUR op dit punt te beperken.

  • Beperking van de herzieningsmogelijkheden op grond van artikel 38/9 AUR

De herzieningsmogelijkheden voor de opdrachtnemer op grond van artikel 38/9 AUR voor de onvoorzienbare omstandigheden die voortvloeien uit de COVID-19-crisis worden beperkt tot:

  • een schorsing van de uitvoeringstermijn of, wanneer de opdracht niet is geschorst, een verlenging van de uitvoeringstermijn voor de duur waarmee de uitvoering van de opdracht door de voormelde maatregelen onmogelijk of buitengewoon bezwarend is gemaakt;
  • een eenmalige en forfaitaire vergoeding voor de kosten door de opdrachtnemer in het kader van de opdracht specifiek gemaakt met het oog op de naleving van alle hygiënische en sanitaire maatregelen ter bescherming van het personeel van de opdrachtnemer en/of de aanbesteder alsook eventuele derden;
  • de verbreking van de opdracht, zonder recht op schadevergoeding, ingeval de voormelde maatregelen iedere verdere uitvoering van de opdracht definitief onmogelijk of buitengewoon bezwarend maken of de opdracht elke betekenis of nut ontnemen.
  • Een beperkte eenmalige en forfaitaire vergoeding op basis van de nog uit te voeren prestaties

De voormelde eenmalige en forfaitaire vergoeding wordt berekend op basis van de waarde van de nog uit te voeren prestaties op de datum van de kennisgeving voorzien in artikel 38/14 AUR.

Dit betreft dus de datum van de verplichte schriftelijke melding van de ingeroepen onvoorzienbare omstandigheden voortvloeiend uit de COVID-19-crisis (binnen de dertig dagen ofwel nadat ze zich hebben voorgedaan ofwel na de datum waarop de opdrachtnemer ze normaal had moeten kennen).

Deze vergoeding wordt vastgelegd op:

  • 1% van de waarde van de nog uit te voeren prestaties op de datum van de kennisgeving voorzien in artikel 38/14 AUR wanneer de waarde van de nog uit te voeren prestaties lager is dan 10.000.000,00 EUR (exclusief BTW) wat de opdrachten voor werken betreft en 100.000,00 EUR (exclusief BTW) wat de opdrachten voor leveringen en diensten betreft;
  • 0,75% van de waarde van de nog uit te voeren prestaties op de datum van de kennisgeving voorzien in artikel 38/14 AUR wanneer de waarde van de nog uit te voeren prestaties hoger is dan 10.000.000,00 EUR maar lager dan 50.000.000,00 EUR (exclusief BTW) wat de opdrachten voor werken betreft en 100.000,00 EUR respectievelijk 500.000,00 EUR (exclusief BTW) wat de opdrachten voor leveringen en diensten betreft;
  • 0,50% van de waarde van de nog uit te voeren prestaties op de datum van de kennisgeving voorzien in artikel 38/14 AUR wanneer de waarde van de nog uit te voeren prestaties hoger is dan 50.000.000,00 EUR maar lager dan 100.000.000,00 EUR (exclusief BTW) wat de opdrachten voor werken betreft en 500.000,00 EUR respectievelijk 1.000.000,00 EUR (exclusief BTW) wat de opdrachten voor leveringen en diensten betreft;
  • 0,25% van de waarde van de nog uit te voeren prestaties op de datum van de kennisgeving voorzien in artikel 38/14 AUR wanneer de waarde van de nog uit te voeren prestaties hoger is dan 100.000.000,00 EUR (exclusief BTW) wat de opdrachten voor werken betreft en 1.000.000,00 EUR (exclusief BTW) wat de opdrachten voor leveringen en diensten betreft.

Het wetsvoorstel ligt op dit ogenblik voor advies bij de Raad van State.

Voor meer informatie kunt u terecht bij Kris Lemmens, Maarten Somers en David Van Valckenborgh.