1 jaar Arrest Plessers – een update

1 jaar Arrest Plessers – een update

Op 16 mei 2019 deed het Europese Hof van Justitie een uitspraak in de bekende zaak Plessers. In deze zaak nam het Hof de Belgische regeling van overgang van werknemers in het kader van de procedure van overdracht onder gerechtelijk gezag - de zogenaamde "WCO 3" - onder vuur. Zoals we toelichtten in een eerdere nieuwsbrief , is het reeds enige tijd een groot vraagteken wat de juiste gevolgen van dit arrest zullen zijn. De Ondernemingsrechtbank van Waals-Brabant nam in een recent vonnis alvast een toonaangevend standpunt in.

Het arrest Plessers: een recap 

Onze WCO wetgeving bepaalt dat de verkrijger van een onderneming vrij kan kiezen welke werknemers hij wenst over te nemen, mits deze keuze wordt bepaald door economische, technische of organisatorische redenen.

Mevrouw Plessers was een werknemer die in het kader van een dergelijke WCO 3 niet mee werd overgenomen door de verkrijgende vennootschap. Zij was hier niet mee akkoord en startte een procedure voor de rechtbank. Via een prejudiciële vraag, kwam de zaak uiteindelijk bij het Europese Hof van Justitie terecht.

Het Hof oordeelde in mei 2019 dat de Belgische regelgeving niet strookte met de Europese richtlijn 2001/2, die de rechten van werknemers regelt bij overdracht van onderneming. Volgens deze richtlijn moeten (1) arbeidsovereenkomsten in principe automatisch worden overgedragen naar de verkrijger. (2) Indien men toch bepaalde overgedragen werknemers wil ontslagen, kan dit enkel omwille van technische, economische of organisatorische redenen (en dus niet omwille van de overdracht van de onderneming zelf). Een uitzondering wordt voorzien voor ondernemingen die zich in een faillissementsprocedure (of in een soortgelijke procedure) bevinden.

Volgens het Hof is de Belgische WCO 3 echter geen dergelijke faillissementsprocedure, noch is aan de twee algemene voorwaarden van ontslagbescherming voldaan. Het Hof lijkt hierbij te impliceren dat de Belgische wetgever, die het enkel heeft over de keuze van de overgenomen werknemers, niet voldoende waarborgen heeft voorzien ter bescherming van ontslagen werknemers. Zij besluit aldus dat de Belgische WCO 3 niet conform de Europese regelgeving is.

Aan de slag met Plessers – Orb. Waals-Brabant 31/01/2020

In onze voorgaande nieuwsbrief stelden we ons al de vraag welke de gevolgen zouden zijn van dit baanbrekende arrest voor België. De Ondernemingsrechtbank te Waals-Brabant werd recentelijk ook geconfronteerd met deze vraag, aangezien zij zich moest uitspreken over een overdracht van onderneming onder gerechtelijk gezag.

De Ondernemingsrechtbank oordeelde dat de Europese richtlijn 2001/2 geen verplichtingen creëert voor Belgische burgers, aangezien Europese richtlijnen geen directe werking hebben. Zij benadrukt tevens dat de nationale rechters wél de verplichting hebben om zo veel mogelijk rekening te houden met de Europese wetgeving, maar dat een interpretatie ervan, die tegen de Belgische wetgeving ingaat, niet mogelijk is. Zij besluit dan ook om een afwachtende houding aan te nemen, en voorlopig de Belgische WCO 3 regelgeving te blijven toepassen.

Met dit vonnis wordt het arrest Plessers dus on hold gezet. Het wordt nogmaals duidelijk dat een snelle ingreep van de Belgische wetgever zich opdringt…

Bron: https://www.rdc-tbh.be/news/orb-waals-brabant-31-januari-2020-post-plessers-uitspraak/ 

Voor mee info kunt u contact opnemen met Sara Cockx, Evi Dieltiens of Sara Mannaerts.