Coronavirus: verlenging termijnen omgevingsvergunningsdecreet ten gevolge van civiele noodsituatie

Coronavirus: verlenging termijnen omgevingsvergunningsdecreet ten gevolge van civiele noodsituatie

Raadpleeg onze "COVID-19 bijstand" of contacteer Kristof Hectors (celhoofd omgevingsrecht) of Jasper Van Steenbergen (auteur) voor meer informatie.

1. Civiele noodsituatie

Op 18 maart 2020 nam het Vlaams Parlement het decreet over maatregelen in geval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid aan. Op 20 maart 2020 werd dit reeds door de Vlaamse Regering bekrachtigd.

Zoals uiteengezet in een eerdere nieuwsbrief, voorziet dit decreet enerzijds in een afwijking   op   de   omgevingsvergunningsplicht: een omgevingsvergunning  of omgevingsmelding  is  niet  vereist voor  constructies,  functiewijzigingen  of exploitaties   die   tot   doel   hebben   geneesmiddelen   en   medisch   materiaal   te   maken,   de ziekenhuiscapaciteit  en  de  capaciteit  van  andere  zorgvoorzieningen,  verzorgingsinrichtingen  of onderzoeksinstellingen te verhogen of te verbeteren om de gevolgen van de civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid te voorkomen of te kunnen opvangen.

Anderzijds geeft het decreet een machtiging aan de Vlaamse Regering om nadere regels uit te werken inzake de opschorting, het stuiten of de verlenging van  proceduretermijnen  of  de  tijdelijke  aanpassing  van  procedurele of administratieve verplichtingen.

Op  20  maart  stelde  de  Vlaamse  Regering  de  civiele noodsituatie  met  betrekking  tot  de volksgezondheid  vast,  deze  start  op  20  maart  2020  en  loopt  tot  17  juli  2020  en  is  eventueel verlengbaar met 120 dagen (Besluit  van  de  Vlaamse  Regering houdende vaststelling  van een  civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, zoals vermeld in het decreet  van 20 maart  2020 over  maatregelen  in  geval  van  een  civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, VR 2020 2003 DOC.0259/2BIS).  Met deze beslissing werd de afwijking op de omgevingsvergunningsplicht van  kracht  en  kan uitvoering  gegeven  worden  aan  de  machtiging  die de Vlaamse  Regering  kreeg  om  nadere  regels  uit  te  werken  met  betrekking  tot  procedurele  en administratieve verplichtingen (art. 4 en 5 Besluit 20 maart 2020).

Bij besluit van 24 maart 2020 geeft de Vlaamse Regering gevolg aan de machtiging om nadere regels uit te werken voor  de opschorting,  het  stuiten  of  de  verlenging  van  proceduretermijnen  of  de  tijdelijke aanpassing van  procedurele  of  administratieve  verplichtingen, specifiek m.b.t. regelgeving over de omgevingsvergunning (Besluit Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 5 van het decreet van 20 maart 2020 over maatregelen in geval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, wat betreft de omgevingsvergunning).

In de parlementaire voorbereiding kunnen we lezen dat de ratio legis van de termijnverlenging drieërlei is:

  • burgers en belanghebbenden de nodige rechtsbescherming en rechtszekerheid te geven bij beslissingen van omgevingsvergunningsaanvragen;
  • vermijden  dat – door  onvoorziene  omstandigheden – geen  beslissing  zou  genomen worden  of  niet  tijdig  advies  verleend  worden  binnen  de  decretale  vervaltermijnen,  wat automatisch zou leiden tot een (stilzwijgende) weigeringsbeslissing of tot het verwerpen van een beroep;
  • de voortgang van procedures maximaal mogelijk te maken teneinde te vermijden dat de overheid  na  het  verstrijken  van  de  civiele  noodsituatie geconfronteerd wordt met  een abnormaal grote hoeveelheid in te halen dossiers.

In de parlementaire voorbereiding wijst men er ook op dat de verlengingen van de beslissingstermijnen geen afbreuk doen aan de mogelijkheden van termijnverlenging die  op  vandaag  reeds  voorzien  zijn in de regelgeving, bv. bij toepassing van de administratieve lus, op verzoek van de aanvrager, of wanneer de gemeenteraad over een bepaald dossier een beslissing moet nemen. Indien nodig kan ook van die mogelijkheden toepassing gemaakt worden, en wordt de termijnverlenging die daaruit voortvloeit gecumuleerd met de termijnverlengingen die voorzien zijn.

2. Toepassingsgebied

De maatregelen die hierna worden besproken zijn van toepassing op:

  • aanvragen of  administratieve  beroepen die reeds  werden  ingediend in  het omgevingsloket voor het in werking treden van het besluit (24 maart 2020) en waarvan de procedure lopende is;
  • nieuwe aanvragen of administratieve  beroepen die  ingediend  worden na het in werking treden van het besluit tot en met 24 april 2020.

3. Termijnverleningen

3.1 Voor het nemen van een beslissing

a) Eerste aanleg

  • De beslissingstermijn in eerste aanleg voor de gewone procedure (met openbaar onderzoek) wordt verlengd met 60 dagen (art. 4)
  • De beslissingstermijn in  eerste  aanleg voor de vereenvoudigde procedure wordt verlengd met 30 dagen (art. 5)

b) Laatste aanleg

  • De beslissingstermijn in laatste aanleg wordt verlengd met 60 dagen. Deze termijnverlenging wordt  voorzien  omdat  de bevoegde  overheid  in  beroepsprocedures  het  eventuele  openbaar onderzoek moet hernemen en desgevallend een hoorzitting houden. Daarenboven dient in vele gevallen de POVC of GOVC samen te komen. Deze regeling is uiteraard niet van toepassing op dossiers waar de overheid reeds  een einduitspraak  (al  dan  niet  stilzwijgend)  heeft  gedaan  over  de  aanvraag  voor  24 maart 2020. Dit sluit uiteraard niet uit dat de vergunningverlenende overheid eerder kan beslissen.

3.2.Voor het indienen van een beroep

De termijn waarbinnen beroep kan worden ingesteld wordt verlengd met 30 dagen (art 7). De totale beroepstermijn bedraagt dan 60 dagen.

Concreet betreft het de beroepstermijn voor:

  • beroepen  tegen  beslissingen  (in  1ste  aanleg)  die  genomen  worden  vanaf  24 maart 2020 en met 24 april 2020;
  • beroepen tegen beslissingen (in 1ste aanleg) die genomen werden vóór 24 maart 2020, waarbij de gebruikelijke beroepstermijn van 30 dagen nog niet is afgelopen.

3.3 Voor het gebruik van een omgevingsvergunning

Gezien de termijn om beroep in te stellen verlengd wordt, wordt de termijn waarna gebruik kan gemaakt worden van de vergunning verlengd met eveneens 30 dagen (art. 8). De totale termijn bedraagt dan 65 dagen.

4. Procedurele aanpassingen

4.1 Openbare onderzoeken (art. 10)

Lopende openbare onderzoeken worden geschorst en verdergezet na 24 april 2020. Bezwaren die  ingediend  worden  tijdens  de  periode  van schorsing worden wel als ontvankelijk beschouwd. De  organisatie  van  nieuwe  openbare  onderzoeken  kan  slechts  plaatsvinden na 24 april 2020 (art. 10).

Concreet houdt dit in dat een openbaar onderzoek dat bijvoorbeeld gestart werd op 1 maart en gelopen heeft tot inwerkingtreding van het besluit (23 maart 2020) reeds 22 dagen heeft gelopen terug dient verder gezet te worden na 24 april 2020 en dit voor nog minimum 8 dagen.

Op  deze  manier  wordt een  openbaar  onderzoek  van  (minstens)  30  dagen gegarandeerd

In de parlementaire voorbereiding wordt nog opgemerkt dat  deze  openbare  onderzoeken  uiteraard  moeten  plaatsvinden binnen  de  dwingende  beslissingstermijnen  die  evenwel  verlengd  worden.  De  regeling  heeft geen extra termijnverlenging van de beslissingsprocedures tot gevolg, maar voorziet louter in een  restrictieve  regeling  naar  het  organiseren  van  het  openbaar  onderzoek.

4.2 Hoorzittingen (art. 11)

De vergunningsaanvrager kan in de gewone vergunningsprocedure eerste aanleg vragen om gehoord te worden    door    de   bevoegde    omgevingsvergunningscommissie.    In    beroep kan    zowel    de vergunningsaanvrager  als  de  beroepsindiener  vragen  om  gehoord  te  worden  door de  bevoegde overheid of de bevoegde omgevingsvergunningscommissie.

Dit is omwille van de federale restrictieve maatregelen met betrekking tot essentiële verplaatsingen en “social distance” niet aangewezen.

Daarom wordt voorzien dat de bevoegde overheid, de provinciale of gewestelijke omgevingsambtenaar of de voorzitter van de omgevingsvergunningscommissie kan beslissen om de hoorzittingen alleen schriftelijk, via teleconferentie of via videoconferentie te houden (art. 11).

4.3 Adviezen (art 12 en 13)

Het zou kunnen dat een adviesinstantie door personeelstekort niet tijdig adviezen kan verstrekken. Een  uitblijvend  advies  wordt tijdens de duur  van  de  maatregelen  niet langer automatisch  geacht stilzwijgend  gunstig  te  zijn. Met laattijdige  adviezen  kan  de  bevoegde  overheid dus  wel  degelijk rekening houden. Wel kan als het advies uitblijft, aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. De beroepsmogelijkheid, vermeld in artikel 53, 3° van het Omgevingsvergunningsdecreet,  wordt  evenwel  behouden,  ook  als  een  advies laattijdig is of niet is uitgebracht (art. 12).

Daarnaast wordt bepaald dat in afwijking op artikel 12 van het MER-procedurebesluit laattijdig of  niet  uitgebrachte  adviezen  niet  als  stilzwijgend  gunstig worden beschouwd (art. 13). Ook hier kan aan de adviesverplichting worden voorbijgegaan.

Al deze maatregelen gelden vanaf 24 maart 2020.

Aangezien niet duidelijk is hoelang de corona-crisis nog zal aanhouden voorziet het besluit in een delegatie aan de minister om de termijnen nog verder op te rekken (art. 9 en 10).