De hoofdelijke aansprakelijkheid van de architect en de aannemer doorbroken:De gedeeltelijke vernietiging van artikel 51, § 2 van het KB Plaatsing Klassieke Sectoren door de Raad van State

De hoofdelijke aansprakelijkheid van de architect en de aannemer doorbroken:De gedeeltelijke vernietiging van artikel 51, § 2 van het KB Plaatsing Klassieke Sectoren door de Raad van State

Bij arrest nr. 225.191 van 22 oktober 2013 (1) heeft de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak, XIIe kamer, in artikel 51, § 2, tweede lid van het KB Plaatsing Klassieke Sectoren (2) de zinsnede “De deelnemers zijn dan hoofdzakelijk verbonden” vernietigd.
 
De vernietiging, die op 6 november 2013 in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt (3), beperkt zich tot het geval waarin de combinatie zonder rechtspersoonlijkheid  – waarvan voormeld artikel melding maakt – bestaat uit minstens één aannemer en één architect.

Artikel 51, § 2, tweede lid van het KB Plaatsing Klassieke Sectoren bepaalt dat, wanneer een offerte wordt ingediend door een combinatie zonder rechtspersoonlijkheid, alle deelnemers aan die combinatie hoofdelijk verbonden zijn.
 
Vòòr de gedeeltelijke vernietiging door de Raad van State impliceerde artikel 51, § 2, tweede lid van het KB Plaatsing dat, indien de combinatie zonder rechtspersoonlijkheid bestond uit minstens één aannemer en één architect, tussen beiden van rechtswege een passieve hoofdelijkheid (4) werd ingesteld. Dit had tot gevolg dat de aanbestedende overheid de architect kon aanspreken om de verbintenissen van de in gebreke blijvende aannemer uit te voeren (5).
 
Volgens de Raad van State druist een dergelijke regeling in tegen artikel 6 van de wet van 20 februari 1939 (6). Luidens deze bepaling is het beroep van architect onverenigbaar met dat van aannemer van openbare of private werken.
 
De onverenigbaarheid tussen beide beroepen werd ingesteld om een daadwerkelijke en onafhankelijke controle op de uitvoering van openbare of private werken te garanderen. Door het ontwerpen van en het toezicht op de werken los te koppelen van de uitvoering ervan, kan de architect de werken in alle onafhankelijkheid controleren (7).
 
Volgens de Raad van State komt de onafhankelijkheid van een architect die samen met een aannemer deel uitmaakt van een combinatie zonder rechtspersoonlijkheid en met deze laatste hoofdelijk verbonden is, op substantiële wijze in het gedrang. In dergelijk geval kan de architect immers worden aangesproken voor de (door hem ontdekte) foute uitvoering door de aannemer, ook al werd door hemzelf geen enkele fout begaan.
 
Gelet op de aantasting van de onafhankelijkheid van de architect, heeft de Raad van State de zinsnede “De deelnemers zijn dan hoofdzakelijk verbonden” vernietigd voor zover de combinatie van deelnemers bestaat uit minstens één aannemer en één architect.
 
De gedeeltelijke vernietiging van artikel 51, § 2 van het KB Plaatsing Klassieke Sectoren is van bijzonder belang voor opdrachten die zowel het maken van een ontwerp als de uitvoering ervan omvatten.
 

(1) RvS 22 oktober 2013, nr. 225.191, Federatie van de architectenverenigingen van België et al.

(2) KB 15 juli 2011 plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, BS 9 augustus 2011, 44.862    (hierna verkort: KB Plaatsing Klassieke Sectoren).

(3) BS 6 november 2013.

(4) Art. 1200 BW.

(5) Gelet op de onverenigbaarheid tussen het beroep van architect en dat van aannemer (cfr. infra), ging het hierbij niet om een uitvoering in natura, maar om een uitvoering bij equivalent (de zgn. “vervangende schadevergoeding”).

(6) Wet 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect, BS 25 maart 1939.

(7) Cass. 10 september 1976, Arr.Cass.  1977, 37, Pas. 1977, I, 32.