Vlaamse Regering neemt standpunt in over Europese Green Deal

Vlaamse Regering neemt standpunt in over Europese Green Deal

Op 21 februari jl. heeft de Vlaamse Regering de inhoud van de visienota 'De Europese Green Deal' goedgekeurd. Daarmee neemt de Vlaamse Regering een algemeen standpunt in over de Green Deal en legt ze de krachtlijnen vast voor de verdere standpuntbepaling over de verschillende deelonderwerpen van de Green Deal.

  • Green Deal

Op 11 december 2019 publiceerde de Europese Commissie haar Green Deal. Dit is een roadmap van alle nieuwe (of herziene) initiatieven die de komende maanden en jaren op de Europese agenda staan om tegemoet te komen aan de ambitieuze klimaat- en milieu-uitdagingen die Europa vooropstelt.

In de Green Deal kondigt de Europese Commissie een vijftigtal thematische initiatieven en strategieën aan, die in de komende maanden en jaren verder uitgewerkt zullen worden. Ongeveer  de  helft  daarvan  valt  onder het  omgevings-en energiebeleid,  de  andere  helft  onder  mobiliteit,  industrie,  financiën, economie,  landbouw  en externe  relaties. Wetgevende  voorstellen worden behandeld door  de Raad van Ministers en het Europees Parlement.

De Green Deal wordt voorgesteld als de nieuwe groeistrategie van de Commissie om de EU om te vormen tot een eerlijke en welvarende samenleving, met een moderne, hulpbronnenefficiënte, concurrerende, weerbare en  toekomstbestendige economie, die vanaf 2050 klimaatneutraal moet zijn.

De initiatieven in de Green Deal zijn breder dan het voeren van klimaatbeleid stricto senso. Het is een breed opgevatte engagementsverklaring van de Europese Commissie om in de komende jaren op tal van domeinen wezenlijke vooruitgang te boeken die alle rechtstreeks of onrechtstreeks kunnen bijdragen aan het behalen van de langetermijndoelstelling van klimaatneutraliteit.

  • Standpuntbepaling van de Vlaamse Regering

In haar visienota stelt de Vlaamse Regering een aantal uitgangspunten/principes van de Vlaamse standpuntbepaling voorop. Deze kunnen als volgt worden samengevat:

  • Subsidiariteit bij de uitrol van de Green Deal
  • Er is een brede consensus over de nood aan een duurzame transformatie en de hoogdringendheid van globale actie om de klimaatuitdagingen aan te gaan. De EU kan hierbij een voortrekkersrol op zich nemen en haar economie verder versterken, maar om een grotere impact te hebben moet de EU ook de andere handelsblokken voor hun verantwoordelijkheid plaatsen.
  • De Green Deal bevat heel wat positieve punten en Vlaanderen zal erover waken dat de verdere invulling van de Green Deal effectief bijdraagt tot het realiseren van de doelstellingen en zorgt voor een versnelling van investeringen, innovatie en technologische vooruitgang.
  • De  haalbaarheid van de Green Deal voor Vlaanderen zal afhangen van het juiste evenwicht tussen ambitie en concrete maatregelen.
  • Voor de financiering van de Green Deal is een heroriëntering en gerichter inzetten van de Europese beschikbare middelen noodzakelijk.
  • De initiatieven van de Green Deal mogen niet leiden tot een verhoging van de belastingdruk of de energiefactuur.
  • De concurrentiepositie van de Vlaamse bedrijven en de koopkracht van de  Vlaamse gezinnen moet gevrijwaard blijven.
  • De Green Deal moet rekening houden met het principe van kostenefficiëntie op Europees niveau.
  • Vlaanderen streeft naar een vermindering met  85% van de uitstoot van broeikasgassen in de niet-ETS sectoren tegen 2050 ten opzichte van 2005, met de ambitie om te evolueren naar volledige klimaatneutraliteit. Voor de ETS sectoren schrijft Vlaanderen zich in binnen de context die Europa bepaalt voor deze sectoren met een dalende emissieruimte onder het EU ETS. De huidige klimaatdoelstellingen voor 2030 vormen voor Vlaanderen reeds een zeer grote uitdaging. Een verdere aanscherping is mogelijk indien rekening wordt gehouden met een aantal belangrijke randvoorwaarden.
  • Pragmatisme t.a.v. de oplossingen in het kader van de Green Deal en uitwerking van de Green Deal volgens eigen Vlaamse energiemix.
  • Belang van gedegen effectbeoordeling bij nieuwe wetsvoorstellen.

In haar visienota geeft de Vlaamse Regering ook een aantal krachtlijnen van haar standpunt m.b.t. enkele onderdelen van de Green Deal. Deze kunnen worden samengevat als volgt:

  • In het algemeen stelt de Vlaamse Regering dat om de Green Deal te doen slagen er nood is aan een verdeling van inspanningen op de meest kostenefficiënte wijze en aan sterke, doorgedreven, sectorale maatregelen op niveau van de Europese Unie die het Europese concurrentievermogen en de handelspositie vrijwaren.
  • Vlaanderen toont zich bereid om te onderzoeken hoe koolstofbeprijzing op Europees niveau kan ingevoerd worden in verschillende domeinen.
  • Het ambitieniveau van de EU inzake het klimaat voor 2030 en 2050 verhogen door het  effectief realiseren van de afgesproken doelstellingen 2030 en door een reductie van 85% tegen 2050 voor wat betreft de emissies in de niet-ETS sectoren.
  • Onze economie mobiliseren voor een schone en circulaire economie door samen met de EU het voortouw te nemen richting een CO2-neutrale economie en daarbij te waken dat geen koolstof “weglekt” naar regio’s buiten de EU met minder strenge klimaatregels, en de productie wordt verplaatst naar buiten de EU.
  • Om de overgang naar duurzame en slimme mobiliteit versnellen is het belangrijk dat de EU  inzet op duurzame spoor- en binnenvaartverbindingen. Dit betekent dat de financiële middelen voor de Connecting Europe Facility (CEF) in het volgende MFK (meerjarig financieel kader) compatibel moeten zijn met de verwachtingen t.a.v. de betrokken sectoren in het kader van de Green Deal.
  • Het nastreven van groene financiering en investeringen en het waarborgen van een rechtvaardige transitie: om de betaalbaarheid te garanderen zullen de Europese instellingen oog moeten hebben voor de financiële noden en risico’s die gepaard gaan met een transitie in welvarende regio’s zoals Vlaanderen. De Vlaamse regering gaat niet akkoord met de voorstellen van de Europese Commissie inzake het Just Transition Mechanism (onderdeel van het European Green Deal Investment Plan) dat in de eerste plaats de grote vervuilers lijkt te bevoordelen. Vlaanderen doet daarom concrete voorstellen om het Just Transition Mechanism aan te passen:
    • absolute transparantie van de Europese Commissie over de allocatiemethode en de gebruikte statistieken;
    • in de allocatiemethode regio’s met een industrie met een hoge toegevoegde waarde niet benadelen;
    • verdeling van de middelen koppelen aan het aandeel van elke lidstaat in de Europese industriële emissies;
    • een verhoging van de minimale bijdrage per lidstaat binnen het Just Transition Fund en een verlaging van het maximum plafond dat één lidstaat kan ontvangen uit het Just Transition Fund (maximaal 10%);
    • een consequente toepassing van het principe van subsidiariteit bij de verdeling van de middelen uit het Just Transition Fund binnen elke lidstaat. Vlaanderen zal binnen  zijn  territoriale transitieplan zelf de gebieden aanduiden die in aanmerking  moeten komen voor ondersteuning. In het bijzonder havengebieden en hun hinterland komen in aanmerking voor ondersteuning.
    • Het is van belang dat de Europese Investeringsbank haar triple A-status behoudt. Projecten dienen geselecteerd op de (milieu-)technische, economische en bovenal financiële verdiensten.

De Vlaams minister-president is belast met de verdere coördinatie van het Green Deal-dossier in nauw overleg met de inhoudelijk verantwoordelijke ministers.

Bij wijzigingen van de omstandigheden zal de Vlaamse regering de tekst van de visienota aanpassen.

Met vragen over dit onderwerp kan u steeds terecht bij Kristof Hectors (celhoofd Omgevingsrecht) of Céline Bimbenet (auteur).