Nieuwe regeling griffierechten vanaf 1 februari 2019

Nieuwe regeling griffierechten vanaf 1 februari 2019

Na lange discussies over de wijze van vaststelling en de hoogte van  griffierechten, verscheen op 20 december 2018 in het Belgisch Staatsblad de nieuwe wet van 14 oktober 2018 tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen. De wet treedt in werking op 1 februari 2019. De grootste veranderingen hebben betrekking op de wijze van vaststelling, de hoogte en de verschuldigdheid van de griffierechten.

1.  Wijze van vaststelling

Nadat de in 2015 ingevoerde regeling met betrekking tot de griffierechten, die de hoogte van de rechten liet afhangen van de waarde van het geschil, in 2017 deels door het Grondwettelijk Hof werd vernietigd, werd noodgedwongen teruggevallen op de oude bepalingen. De wetgever waagt nu een nieuwe poging. In de nieuwe regeling die vanaf 1 februari 2019 in werking zal treden, wordt de hoogte van de griffierechten aan de gevatte rechtbank gekoppeld. Binnen de onderscheiden rechtbanken geldt dan één tarief, ongeacht of de zaak wordt ingeleid bij dagvaarding of bij verzoekschrift en ongeacht het al dan niet om een kort geding gaat.

2. Hoogte

De griffierechten gaan de hoogte in en worden voortaan als volgt:

  • Vredegerecht en Politierechtbank = 50 EUR
  • Rechtbank van eerste aanleg en Ondernemingsrechtbank = 165 EUR
  • Hof van Beroep = 400 EUR
  • Hof van Cassatie = 650 EUR

Zaken die worden gebracht voor arbeidsgerechten en zaken die worden ingeleid in het kader van insolventie van ondernemingen (Boek XX WER), worden vrijgesteld van de betaling van griffierechten.

3. Verschuldigdheid

De nieuwe griffierechten zullen niet meer bij de start van de procedure worden geïnd, maar de rechter zal in zijn eindbeslissing de partij of de partijen die het recht (deels) verschuldigd zijn veroordelen tot de betaling ervan. Tegen die beslissing kan geen rechtsmiddel worden aangewend. Het recht wordt aldus opeisbaar op de datum van de veroordeling.

In principe is het de partij die de zaak op de rol heeft doen stellen, die de griffierechten verschuldigd zal zijn, tenzij de andere partij in het ongelijk werd gesteld. Wanneer de partijen elk voor een deel in het ongelijk werden gesteld, zal de rechter de verdeling van de griffierechten bepalen.

Wanneer de zaak op de rol wordt doorgehaald of indien de zaak van de rol wordt weggelaten, valt de betaling van het recht ten laste van de partij die de zaak op de rol heeft doen stellen.

Voor meer informatie kan u Geert De Buyzer of Benedicte Mourisse contacteren.