Betere bescherming van “bedrijfsgeheimen”

Betere bescherming van “bedrijfsgeheimen”

  • (a)“Bedrijfsgeheimen”

Voor veel ondernemingen vertegenwoordigen hun knowhow, klantenlijsten en andere immateriële activa (bijzonder) beschermingswaardige investeringen. Die bescherming kan de vorm aannemen van ‘harde’ (intellectuele) eigendomsrechten. Niet alle investeringen komen echter in aanmerking. Daarnaast kiest men er soms bewust voor om, bijvoorbeeld, geen octrooiaanvraag te doen gelet op de kosten en/of voorwaarden (m.n. openbaarheid). Het is dan zaak om het geheim te bewaren.

Er bestaan daartoe (al te) uiteenlopende middelen. Vertrouwelijkheidsbedingen zijn eerder de regel. De Arbeidsovereenkomstenwet verplicht de (ex)-werknemer tot geheimhouding. Derde-medeplichtigheid aan schending daarvan is strijdig met de eerlijke marktpraktijken (art. VI.104 WER). Artikel 309 Sw. sanctioneert de mededeling van ‘fabrieksgeheimen’. Andere pogingen om zich geheimen toe te eigenen zijn te kwalificeren als diefstal (bv. van klantenlijsten), misbruik van vertrouwen, cybermisdrijf, … . Fysieke of virtuele sleutels op de deur dienen hetzelfde doel.

Met de Wet van 30 juli 2018 werd (eindelijk) een algemeen wettelijk kader ingevoerd. De wet is de omzetting van een Europese Richtlijn (2016/943), die een uniforme minimumbescherming van knowhow en bedrijfsinformatie in alle lidstaten beoogt. De meeste nieuwe bepalingen werden ingevoegd onder boek XI, Titel 8/1 van het WER, waarvan de titel thans ‘intellectuele eigendom en bedrijfsgeheimen’ luidt. 

De nieuwe wet introduceert een definitie van de notie ‘bedrijfsgeheim’. In lijn met de Richtlijn, wordt een bedrijfsgeheim omschreven als alle informatie die i) geheim is (niet algemeen bekend of eenvoudig verkrijgbaar); ii) handelswaarde bezit, omdat ze geheim is; en iii) aan redelijke maatregelen ter geheimhouding onderworpen is (bv. NDA, toegangsbeperkingen, …). Hierbij kan onder meer gedacht worden aan productieprocessen, marktstrategieën, technische gegevens, enz.

  • (b)(on)rechtmatig karakter van de verkrijging of openbaarmaking

De verkrijging van een bedrijfsgeheim is rechtmatig indien zij het gevolg is van een onafhankelijke ontdekking of ontwerp, reverse engineering of iedere andere praktijk in overeenstemming met de eerlijke handelspraktijken. Contractuele of andere vertrouwelijkheidsverplichtingen kunnen wel de openbaarmaking of het gebruik van rechtmatig verkregen bedrijfsgeheimen beperken.

Bedrijfsgeheimen kunnen echter ook onrechtmatig verkregen worden. Dit is het geval wanneer de verkrijger zich onbevoegd toegang verschaft of anderszins handelt in strijd met de eerlijke handelspraktijken. Het gros van het gekende arsenaal past onder deze noemer. Het is ook niet toegelaten informatie te gebruiken waarvan men weet of behoort te weten dat ze op onrechtmatige wijze werd verkregen of bekendgemaakt (bv. middels contractbreuk). Aangezien dit een feitenkwestie is, lijkt de rechter (nog steeds) over een aanzienlijke beoordelingsbevoegdheid te beschikken. (Ook) in die optiek geen revolutie.

  • (c)Sancties bij onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken
     

In de eerste plaats kan de houder van een bedrijfsgeheim bij onrechtmatige verkrijging, gebruik of openbaarmaking in kortgeding voorlopige en bewarende maatregelen vragen. Als alternatief kan de rechter aan het verdere gebruik zekerheid verbinden. Deze voorlopige maatregelen vervallen indien geen vordering ten gronde wordt ingesteld. Daarnaast kan de houder van het geheim aan de rechter ten gronde een schadevergoeding en/of één of meerdere maatregelen vragen, onder verbeurte van een dwangsom, zoals de stopzetting van de verdere productie of verhandeling van ‘inbreukmakende’ producten en/of de vernietiging ervan. Dezelfde maatregelen kunnen ook het voorwerp uitmaken van een stakingsvordering (zoals in kort geding).

Bij de bepaling van de meest gepaste maatregel(en) moet de rechter zich onder meer laten leiden door de waarde van het bedrijfsgeheim, de mate waarin het geheim beschermd werd, het algemeen belang en de belangen van partijen en derden. Indien de rechter de looptijd van de maatregelen beperkt, dient hij erover te waken dat deze voldoende lang is om de handels- en economische voordelen teniet te doen die de inbreukmaker zou hebben kunnen halen uit de inbreuk. Wanneer een geldelijk schadevergoeding wordt bevolen, mag deze niet meer bedragen dan bij toestemming verschuldigde royalty’s of vergoedingen.

De rechter kan echter geen maatregelen nemen of schadevergoeding toekennen indien de verkrijging of de openbaarmaking plaatsvond als uitoefening van het recht op vrije meningsuiting of om fouten, wangedrag of illegale activiteiten te onthullen met het oog op de bescherming van het algemeen belang. Niet elk potje moet (mag) gedekt blijven.

  • (d)Bescherming van bedrijfsgeheimen in gerechtelijke procedures
     

De nieuwe wet voorziet tot slot ook in bepalingen ter bescherming van bedrijfsgeheimen in en na gerechtelijke procedures. De rechter zal voortaan op eigen initiatief of op vraag van een partij documenten die bedrijfsgeheimen bevatten (bv. expertises) als vertrouwelijk kunnen aanmerken, waardoor de informatie door degenen die er toegang toe hebben, niet mag worden gebruikt of openbaargemaakt. Deze vertrouwelijkheid zal ook na het beëindigen van de procedure voortduren. Indien de rechter het wenselijk acht, kan hij ook de toegang tot bepaalde informatie beperken.  

De wet trad inwerking op 24 augustus 2018.

Voor meer informatie over dit onderwerp kan u Dave Mertens (auteur) contacteren.