Ook ons bewijsrecht wordt gemoderniseerd

Ook ons bewijsrecht wordt gemoderniseerd

De ministerraad heeft op 27 april 2018 het voorontwerp van wet tot invoering van Boek 8 ‘Bewijs’ in het aankomende nieuwe Burgerlijk Wetboek goedgekeurd. De wetgever beoogt het bewijsrecht bevattelijker te maken en te updaten, onder meer op het vlak van elektronisch contracteren. Naast de codificatie van heel wat principes en begrippen uit de rechtsleer en rechtspraak, vormt het ontwerp op sommige punten een breuk met het huidige recht. In wat volgt bespreken we kort enkele van de voorgestelde wijzigingen. 

Het algemene principe dat de eiser de bewijslast draagt van hetgeen hij aanvoert, blijft overeind, maar wordt wel genuanceerd. Zo zou de rechter ingeval van buitengewone omstandigheden de bewijslast kunnen herverdelen, wanneer de toepassing van de “gewone”  regels kennelijk onredelijk zou zijn. Voorts wordt bepaald dat hij die de bewijslast draagt van een negatief feit (bv. ik heb die informatie niet ontvangen), genoegen kan nemen met het aantonen van de waarschijnlijkheid van dat feit, en dit onverminderd de verplichting tot medewerking van alle partijen aan de bewijsvoering. Opvallend is de versoepeling dat ook voor positieve feiten waarvan het omwille van de aard zelf van het te bewijzen feit niet mogelijk of niet redelijk is om een zeker bewijs te verlangen, de waarschijnlijkheid kan volstaan.

Het wettelijke bewijssysteem in burgerlijke zaken blijft bestaan, maar wordt wel versoepeld. Daar waar een rechtshandeling met betrekking tot een waarde die gelijk is aan of hoger is dan 375,00 EUR in het huidig recht in beginsel slechts kan worden bewezen met een geschreven authentieke of onderhandse akte, wordt die drempel naar 3.500,00 EUR verhoogd. Dat vergemakkelijkt het bewijs van rechtshandelingen waarvan de waarde relatief beperkt is.

De wet van 15 april 2018 houdende hervorming van het ondernemingsrecht breidt de vrijheid van bewijs die geldt ten aanzien van handelaars reeds uit naar het ruimere begrip ondernemingen. Dat betekent ook dat de oude handelsrechtelijke regel volgens dewelke een handelaar die een aanspraak tegen hem niet protesteert geacht wordt deze te aanvaarden, voor alle ondernemingen zal gelden. Een aanspraak kan vervat zitten in een factuur, maar bijvoorbeeld ook in een brief waarin bepaalde aanspraken worden geformuleerd. Een aanvaarde factuur zal bovendien niet enkel als bewijs gelden voor koop-verkoopovereenkomsten, zoals vroeger bepaald in het wetboek van koophandel, maar voor allerhande soorten overeenkomsten. Waakzaamheid zal dus meer dan ooit geboden zijn! Voorts is in herinnering te brengen dat de boekhouding van een onderneming door de rechter aangenomen kan worden om als bewijs te dienen tussen ondernemingen. De rechter kan in de loop van een geding de openlegging bevelen van het geheel of van een gedeelte van de boekhouding betreffende het te onderzoeken geschil. Hij kan daarbij maatregelen opleggen om de vertrouwelijkheid van de desbetreffende stukken te vrijwaren.

De wijzigingen aan het bewijsrecht komen bovenop de aankomende wijzigingen van het vennootschaps-, verbintenissen-, goederen- en aansprakelijkheidsrecht. Er staat dus nog heel wat op til. We houden u alleszins op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.

Voor verder informatie over dit onderwerp kunt u Nel Van Daele en Geert De Buyzer (de auteurs) raadplegen.