De THV kan voortaan failliet gaan

De THV kan voortaan failliet gaan

Op 1 mei 2018 trad het nieuwe insolventierecht in werking. Concreet werd in het Wetboek Economisch Recht een nieuw Boek XX m.b.t. de insolventie van ondernemingen ingevoegd. De faillissementswet en de wet continuïteit ondernemingen werden opgeheven (zie daarover meer uitgebreid onze eerdere nieuwsbrieven van 5 september 2017, 11 september 2017 en 27 september 2017).

Een van de belangrijkste krachtlijnen van deze hervorming is de verruiming van het toepassingsgebied. Naast iedere rechtspersoon wordt o.m. ook iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid met uitkeringsoogmerk of die feitelijke uitkeringen aan haar leden verricht, beschouwd als een onderneming waarop het nieuwe insolventierecht van toepassing is.

Dit betekent dat vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid zoals een tijdelijke handelsvennootschap (THV) en een maatschap voortaan failliet kunnen worden verklaard. De wetgever verantwoordt deze uitbreiding door te verwijzen naar het for profit karakter van deze vennootschappen. Bovendien wordt algemeen aanvaard dat een THV over een gemeenschappelijk vermogen beschikt waarop de regels inzake onverdeeldheid van toepassing zijn, zodat het nuttig is om de zelfstandigheid daarvan in het insolventierecht te erkennen.

Voorheen gold als regel dat enkel de vennoten van een THV failliet konden worden verklaard. Aangezien het faillissement van één van de vennoten in principe leidt tot de ontbinding van de THV, wordt in de statuten vaak een verblijvingsbeding opgenomen. Op basis daarvan wordt de THV ingeval van faillissement van één van de vennoten voortgezet door de overige vennoten. De THV zelf bleef als dusdanig echter buiten schot van het oude insolventierecht. De THV kon niet failliet worden verklaard en evenmin een beroep doen op de procedure van gerechtelijke reorganisatie. Dit verandert vanaf 1 mei 2018.

Om de vermogensrechtelijke afwikkeling zo goed mogelijk te laten verlopen, wordt voorzien in een aantal regels bedoeld om de individuele vennoten van de THV zoveel mogelijk in de insolventieprocedure te betrekken. Op deze manier wordt bijvoorbeeld vermeden dat een THV failliet zou worden verklaard, terwijl een vennoot (die hoofdelijk aansprakelijk is voor de vennootschapsschulden) nog voldoende activa heeft om het passief van de THV te vereffenen. Inzover de THV bestaat uit betrouwbare en solvabele partners zal het faillissement daarvan in de praktijk dus niet gauw voorkomen.

Het faillissement van de THV impliceert weliswaar niet automatisch het faillissement van de betrokken vennoten. Daarmee wijkt de wetgever af van de heersende cassatierechtspraak. Voortaan zal dus per individuele vennoot moeten worden onderzocht of de faillissementsvoorwaarden zijn vervuld. Het is mogelijk dat er tezelfdertijd verschillende insolventieprocedures lopen, bv. een faillissementsprocedure op niveau van de THV en een procedure van gerechtelijke reorganisatie op het niveau van de vennoten.

Voor meer informatie over dit onderwerp kan u steeds terecht bij Joost Bats en Siegfried Busscher (de auteurs).