Hervorming van het appartementsrecht

Hervorming van het appartementsrecht

Op 7 juni 2018 werd de wet betreffende de hervorming van het appartementsrecht goedgekeurd. Deze wet focust op vier pijlers: de flexibilisering, de efficiëntie, de herbalancering en de verduidelijking van het appartementsrecht.

De flexibilisering van het appartementsrecht uit zich onder meer in de versoepeling van de beslissingsmeerderheden. De meerderheid van 3/4de van de stemmen die vereist was voor het nemen van verscheidene beslissingen, wordt teruggebracht tot een 2/3de meerderheid. Ook voorziet deze wet de mogelijkheid om met een 4/5de meerderheid te besluiten tot afbraak of heropbouw van het gebouw om redenen van hygiëne of veiligheid of indien de kostprijs voor de aanpassing van het gebouw aan de wettelijke bepalingen buitensporig zou zijn. Buiten deze redenen kan tot afbraak (wat vroeger niet mogelijk was) of heropbouw worden beslist bij eenparigheid. Wordt deze eenparigheid niet bereikt door de afwezigheid van één of meerdere mede-eigenaars, dan kan in deze nieuwe regeling na minimaal dertig dagen een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, waarbij de beslissing kan worden genomen mits eenparigheid van de aanwezige of vertegenwoordigde mede-eigenaars. Tot slot voorziet de wet de mogelijkheid om in welbepaalde omstandigheden een voorlopig bewindvoerder aan te stellen die taken van de VME overneemt.

De hervorming tracht eveneens de efficiënte binnen de VME te optimaliseren. Zo worden de statuten afgeslankt door het aantal verplichte vermeldingen in deze statuten te beperken. De statuten hoeven zo niet langer aangepast te worden telkens de wet wordt gewijzigd, waardoor een bezoek aan de notaris wordt uitgespaard. Verder wil de hervorming de lasten voor de mede-eigenaars bij grote uitgaven aan het gebouw spreiden in de tijd door de invoering van een verplichte bijdrage in het reservefonds.

De derde krachtlijn, de herbalancering, wordt nagestreefd door de invoering van het principe ‘de betaler beslist’: enkel wie bijdraagt in de lasten van een gemeenschappelijk gedeelte, neemt deel aan de stemming omtrent dit gedeelte. Verder verplicht de nieuwe wet de eigenaar die zijn appartement verhuurt om de huurder op de hoogte te brengen van de beslissingen van de algemene vergadering. De herbalancering uit zich ook in de verhouding tussen de mede-eigenaars en de syndicus: de inhoud van de overeenkomst met de syndicus wordt preciezer omschreven. Zo moet het syndicuscontract een lijst met forfaitaire en aanvullende prestaties en de daaraan verbonden vergoedingen bevatten.

Tot slot wenst de hervorming verduidelijking te bieden omtrent enkele punten waarover rechtsonzekerheid bestond. Zo wordt de mogelijkheid tot afwijking op de toepassing van de Appartementswet preciezer omschreven en bepaalt de wet dat een exclusief gebruiksrecht op gemene delen wordt vermoed een erfdienstbaarheid te zijn.

De hervorming van het appartementsrecht treedt in werking op 1 januari 2019. De bepalingen met betrekking tot de algemene vergadering of haar beslissingen gelden slechts voor de vergaderingen die worden gehouden na deze datum.    

Voor meer informatie hierover kunt u Ewoud Willaert en mr. Anouk Schryvers contacteren.