Uitsluitingen en verval in bouwverzekeringen

Uitsluitingen en verval in bouwverzekeringen

Het Hof van Cassatie heeft onlangs op 16 maart 2018 opnieuw bevestigd dat een algemene uitsluiting of vervalclausule in een aansprakelijkheidsverzekering voor de schending van regelgeving of veiligheidsverplichtingen, ongeldig is.

Veel bouwverzekeringen voorzien een uitsluiting van dekking in het geval de verzekerde (onder)aannemer, architect of studiebureau schade berokkent door een overtreding van wetgeving, gebruiken, regels van de kunst… of algemeen het overtreden van veiligheidsvereisten. Het Hof van Cassatie heeft reeds in verschillende, recente uitspraken bevestigd dat dergelijke uitsluitingen geen uitsluitingen zijn, maar gronden van verval. Als grond van verval mag de verzekeraar slechts dekking weigeren indien het de niet-nakoming betreft van een bepaalde, in de polis opgelegde verplichting. Ook bij dekkingsweigering wegens grove schuld, moeten de gevallen van grove schuld op uitdrukkelijke en beperkende wijze in de polis zijn bepaald. Dit vloeit voort uit de artikelen 62 en 65 van de Verzekeringswet.

De rechter ten gronde moet dit ambtshalve onderzoeken en een uitsluitingsbeding zo nodig herkwalificeren als een vervalclausule (Cass. 20 september 2012; Cass. 11 februari 2016).

Het Hof van Cassatie heeft herhaaldelijk bevestigd dat een uitsluiting voor schade wegens de overtreding van veiligheidsvereisten voortvloeiend uit de wet of de gebruiken, zelfs eigen aan de verzekerde activiteiten, of algemeen door het niet naleven van de wet of de regels van de kunst, geen uitsluitingen zijn maar gronden van verval. Deze wijze van beperking van dekking sanctioneert immers de niet-nakoming van een verplichting. Hierdoor moet dit beperkend en niet in algemene termen in de polis zijn opgenomen. Zo'n uitsluiting, die dus eigenlijk een grove fout sanctioneert en een grond van verval is, maar in te algemene bewoordingen is opgesteld, zal geen grondslag kunnen zijn voor de verzekeringsmaatschappij om dekking te weigeren (Cass. 10 maart 2015; Cass. 4 december 2013; Cass. 2 oktober 2009; Luik 4 februari 2013; contra Luik 13 oktober 2011).

In een recente zaak had de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar van de architect een verval van dekking voorzien voor het met kennis van zaken overtreden van regelgeving van dwingende aard, waarbij de veiligheidsvoorschriften als voorbeeld werden opgenomen. Het verval gold voor grove fouten "fautes graves définies ci-après :  avec connaissance préalable, ne pas respecter des dispositions légales de nature impérative, entre autres des prescriptions de sécurité, des prescriptions urbanistiques, des prescriptions du permis d’urbanisme et des prescriptions relatives à l’environnement [et] tout exercice illicite des activités assurées"

Bij een bepaald project, gedekt onder deze polis, hadden de bouwheer en de architect geen veiligheidscoördinator aangesteld, maar had de architect zelf de rol van veiligheidscoördinator opgenomen zonder daartoe bevoegd te zijn. Vervolgens heeft deze architect de schending van verschillende veiligheidsverplichtingen op de werf niet opgemerkt, o.a. het gebrekkig verzekeren van een trap. Hieruit is een schadegeval voortgevloeid.

Het hof van beroep te Luik had bij arrest van 15 maart 2017 deze clausule goedgekeurd. Het hof overwoog o.a. dat men niet van een verzekeraar mag verwachten dat deze in de polis werkelijk elke verplichting van de verzekerde architect m.b.t. veiligheid moet opnemen in de polis. Dit gold volgens het hof des te meer nu de polis zich richtte tot architecten en van een professioneel in de bouwsector kan worden verwacht dat deze de veiligheidsverplichtingen kent.

Terwijl het hof van beroep te Luik aldus gunstig was voor de verzekeraar, heeft het Hof van Cassatie deze uitspraak verbroken per arrest van 16 maart 2018 en haar eerdere rechtspraak bevestigd. Het Hof van Cassatie herhaalt dat de gevallen van grove fout waarvoor dekking wordt geweigerd, in de polis moeten worden opgenomen op uitdrukkelijke en beperkende wijze, en dat de gronden van verval slechts de niet-nakoming van een bepaalde, in de overeenkomst opgelegde verplichting kunnen zijn. Het Hof benadrukt opnieuw het causaal verband tussen de foutieve niet-nakoming en het ontstaan van het concrete schadegeval. Het Hof van Cassatie verbrak daarom het arrest van het hof van beroep te Luik.

De tekst van het arrest kan u hier vinden.

De rechtspraak van het Hof van Cassatie blijft dus streng. De uitsluiting of het verval voor het schenden van zorgvuldigheidsnormen, de wetgeving in het algemeen, regels van de kunst… zonder nauwkeurige bepaling van de verplichtingen waaraan de verzekerde aannemer, architect of studiebureau moet voldoen, in algemene bewoordingen, blijven ongeldige clausules die niet kunnen leiden tot het weigeren van dekking.

Voor meer informatie over dit specifieke onderwerp kan u Siegfried Busscher (auteur en celhoofd Privaat Bouwrecht) en Bob Goedemé (celhoofd Verzekeringsrecht) raadplegen.