Nieuwe bepalingen omtrent bemiddeling en collaboratief onderhandelen op komst

Nieuwe bepalingen omtrent bemiddeling en collaboratief onderhandelen op komst

Een wetsontwerp ter bevordering van alternatieve wijzen van geschillenbeslechting toont aan dat Minister van Justitie Koen Geens volop blijft inzetten op het buitengerechtelijk oplossen van geschillen[1]. Niet alleen wordt er flink gesleuteld aan de bestaande bepalingen omtrent bemiddeling, er wordt ook een nieuwe tool in het leven geroepen, met name de collaboratieve onderhandeling.

In wat volgt bespreken we kort enkele van de voorgestelde nieuwigheden. Het wetsontwerp doorliep nog niet de volledige parlementaire procedure en is op heden dus nog geen geldende wetgeving. De Hoge Raad voor de Justitie heeft zich in een advies overigens reeds kritisch uitgelaten over een aantal van de voorgestelde wijzigingen[2].

De belangrijkste evolutie is de meer prominente rol die de rechter krijgt toegewezen om partijen tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting aan te zetten. Zo kan hij de partijen bevragen omtrent de ondernomen pogingen om het geschil minnelijk op te lossen en/of wijzen op die mogelijkheid. Daarnaast kan hij ambtshalve dan wel op vraag van één van de partijen de procedure schorsen of de zaak verdagen naar een vaste datum met het oog op een minnelijke regeling van de zaak. Sterker nog, de rechter zou partijen kunnen bevelen om te pogen hun geschil op te lossen via bemiddeling of collaboratieve onderhandeling. De rechter zou dan enkel nog als “vangnet” dienen, als de partijen er niet in slagen om tot een onderhandelde oplossing te komen.

Specifiek wat bemiddeling betreft, wordt vooreerst een definitie van die term geïntroduceerd. Daarnaast wordt het begrip “vrijwillige bemiddeling” vervangen door “buitengerechtelijke bemiddeling”. Verder wordt het toepassingsgebied van geschillen die vatbaar zijn voor bemiddeling verruimd en afgestemd op het toepassingsgebied van arbitrage. Zo zou bemiddeling voortaan ook mogelijk zijn in geschillen met publiekrechtelijke overheden. Ook omtrent de vertrouwelijkheid van de bemiddeling worden wijzigingen voorgesteld. Tot slot zouden de bekwaamheidsvereisten voor bemiddelaars strenger worden.

De collaboratieve onderhandeling is een nieuwe vorm van minnelijke geschillenoplossing. Het is een wijze van onderhandelen die exclusief is voorbehouden aan zogenaamde collaboratieve advocaten (die daartoe specifiek opgeleid worden), zonder dat er daarbij een neutrale derde partij aanwezig is (zoals dat bij bemiddeling het geval is). De collaboratieve onderhandeling wordt gedefinieerd als een gestructureerde en vertrouwelijke onderhandeling die beoogt het geschil op te lossen op een respectvolle wijze en te leiden tot bevredigende, evenwichtige en duurzame overeenkomsten die beantwoorden aan de noden en belangen van elk van de partijen. Bijzonder is dat, indien één van de partijen zich terugtrekt uit de collaboratieve onderhandeling of indien de collaboratieve onderhandeling eindigt, met of zonder akkoord, de collaboratieve advocaten niet meer mogen tussenkomen in een geding tussen dezelfde partijen in de context van een geschil dat het voorwerp heeft uitgemaakt van de collaboratieve onderhandelingen[3].

 

[1] Wetsontwerp van 5 februari 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en houdende wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing.

[2] http://www.csj.be/sites/default/files/press_publications/advies_20180305_nl.pdf

[3] Zie ook onze eerdere nieuwsbrief omtrent collaboratief onderhandelen (http://www.schoups.com/nl/nieuws/30065/een-nieuwe-tool-in-het-adr-arsenaal-collaboratieve-onderhandelinge).

 

Voor verdere informatie over dit onderwerp, kunt u Nel Van Daele en Geert De Buyzer (de auteurs) raadplegen.