Hervorming verbintenissenrecht - voorontwerp nieuwe titel VI

Hervorming verbintenissenrecht - voorontwerp nieuwe titel VI

Op initiatief van minister Koen Geens wordt de basiswetgeving van het Belgische recht in zijn globaliteit herzien. In onze nieuwsbrief van 8 december 2017 deelden wij reeds mee dat iedereen de voorontwerpen tot aanpassing van het Burgerlijk Wetboek m.b.t. het zakenrecht, het verbintenissenrecht en het bewijsrecht kan bekijken op de website van de FOD Justitie.

Eén van de onderdelen betreft het verbintenissen- en contractenrecht. Hiervoor wordt een nieuw boek VI voorzien voor het nieuwe Belgische Burgerlijk Wetboek. Dit zal een grote impact hebben aangezien dit rechtstreeks ingrijpt in de contractuele relaties, o.a. tussen ondernemingen en met de overheid.

De minister en de werkgroep van externe experts willen hiermee een antwoord bieden op de veroudering van het huidige Burgerlijk Wetboek en tegemoetkoming aan enkele lacunes. De commissie tot hervorming van het Burgerlijk Wetboek heeft daarom een ontwerp van hervorming van het verbintenissenrecht opgesteld.

De memorie van toelichting stelt dat de commissie heeft gepoogd om een evenwicht te vinden tussen het zelfbeschikkingsrecht van de partijen en de rol van de rechter als behoeder van de belangen van de zwakke partij en van het algemene belang. Het nieuwe boek VI zal bestaan uit drie titels: een eerste titel met inleidende bepalingen, een tweede titel over de bronnen van het verbintenissenrecht, o.a. de overeenkomst en het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht, en een derde titel over het algemene regime van de verbintenis zelf.

In deze drie titels komen o.a. de volgende nieuwigheden:

  • De onderhandelingen (art. 18 e.v.), incl. informatieplichten (art. 20) en de precontractuele aansprakelijkheid (art. 21)
  • Het voorkeurs- en optiecontract (art. 28 en 29)
  • Het misbruik van omstandigheden als algemeen wilsgebrek (art. 37 en 41)
  • Het buitengerechtelijk inroepen van de nietigheid van het contract (art. 62, derde lid)
  • Het uitdrukkelijk verbod op rechtsmisbruik en de sanctie (art. 7 en 76)
  • Imprevisie (verandering van omstandigheden) (art. 77)
  • De verlenging van het contract (art. 80) en de (al dan niet stilzwijgende) vernieuwing ervan (art. 81)
  • Het algemeen bevrijdingsbeding (art. 92)
  • De eenzijdige, buitengerechtelijke ontbinding op risico van degene die ontbindt (“anticipatory breach”) (art. 93 en 96)
  • De gevolgen van de ontbinding (art. 98) en de gedeeltelijke ontbinding (art. 99)
  • De prijsvermindering als sanctie (art. 101)
  • De algemene regeling van de rechtstreekse vordering (art. 113)
  • Postcontractuele verbintenissen en bedingen (art. 117)
  • De algemene regeling van restitutie (art. 118-127)
  • De verbintenissen in solidum (art. 242-243)
  • De overdracht van een schuld (art. 261-266) en van een contract (art. 267)
  • De vervroegde ingebrekestelling (art. 306)
  • Eenzijdige afstand van vorderingen (art. 327)

1. De inleidende bepalingen

De eerste titel van boek VI bevat enkele inleidende bepalingen.

Zo komt er eindelijk een wettelijke definitie van de verbintenis, nl. een rechtsband op grond waarvan een schuldeiser van een schuldenaar de uitvoering van een prestatie kan eisen en daarbij, indien nodig, gebruik kan maken van de middelen van tenuitvoerlegging.

Vervolgens behandelt deze titel ook de natuurlijke verbintenis en somt het de bronnen van verbintenissen op. Deze bronnen zijn: een rechtshandeling, een oneigenlijk contract, de buitencontractuele aansprakelijkheid en de wet. Ook de kennisgeving en de mededelingsplichtige eenzijdige rechtshandeling worden behandeld. Na een artikel over de vertegenwoordiging, wordt voor het eerst het verbod op rechtsmisbruik uitdrukkelijk behandeld.

2. De bronnen van verbintenissen en het contract in het bijzonder

De tweede titel betreft de bronnen van verbintenissen, nl. de rechtshandelingen (het contract en de eenzijdige rechtshandeling) en de rechtsfeiten (de oneigenlijke contracten en de buitencontractuele aansprakelijkheid).

De eerste hoofdstuk van de ondertitel rechtshandelingen betreft dus het contract in het algemeen. Na een definitie van het contract, worden de soorten contracten besproken. Hierbij wordt ook aandacht gegeven aan het raamcontract, het toetredingscontract, het contract met een consument en een meerpartijencontract.

Vervolgens wordt de totstandkoming van het contract behandeld in afdeling 2. Bij het onderdeel over de onderhandelingen, worden naast de contractsvrijheid en de vrijheid van onderhandelen, ook de informatieplichten en de precontractuele aansprakelijkheid behandeld. Vervolgens gaat het nieuw wetboek in op het leerstuk van het aanbod en de aanvaarding. Er wordt ook een artikel gewijd aan de algemene voorwaarden, o.a. de vereiste van de werkelijke kennis door de wederpartij, of ten minste de mogelijkheid van de wederpartij om werkelijk kennis te nemen van de algemene voorwaarden van de andere partij en deze te aanvaarden. Het nieuwe artikel 27 bepaalt o.a. dat indien aanbod en aanvaarding beide verwijzen naar verschillende algemene voorwaarden, het contract niettemin tot stand komt, en dat de beide algemene voorwaarden deel uitmaken van het contract, met uitzondering van de onverenigbare bedingen. Het contract zal echter niet tot stand komen indien een partij vooraf uitdrukkelijk en niet door middel van algemene voorwaarden, aangeeft dat deze niet wil gebonden zijn door een zodanig contract, of binnen een redelijke termijn na de wilsovereenstemming de wederpartij meedeelt dat zij niet wil gebonden wil zijn door een zodanig contract. Ook het voorkeurs- en optiecontract worden besproken.

Een tweede onderafdeling betreft de geldigheidsvereisten van de overeenkomst. Naast de gekende wilsgebreken van dwaling, bedrog, geweld en benadeling wordt ook het misbruik van omstandigheden besproken. Hiermee probeert de wetgever bescherming te bieden aan de partij die zich in een zwakkere positie bevindt. Onderafdeling drie betreft de nietigheid van de overeenkomsten, o.a. de gronden, de indeling, het inwerkingstellen, de verjaring, de bevestiging, de gevolgen en het gedeeltelijke karakter van de nietigheid.

Afdeling drie betreft de interpretatie en de kwalificatie van de overeenkomst. Er komt ook een leerstuk over de kwalificatie van de gemengde overeenkomsten en over de herkwalificatie van de overeenkomst indien de kwalificatie die door de partijen aan het contract is gegeven, onverenigbaar is met de bedingen ervan of met de dwingende rechtelijke regels of regels van openbare orde.

Afdeling vier betreft de gevolgen van het contract tussen de partijen, nl. de bindende kracht van de overeenkomst, met definities voor de inspanningsverbintenis en de resultaatsverbintenis, het verbod van rechtsmisbruik, en de uitvoering te goeder trouw. Er komt ook een artikel over de verandering van omstandigheden (imprevisie). Vervolgens komt de duur van het contract aan bod, o.a. de hernieuwing. Ook het eigendomsoverdragend gevolg van bepaalde contracten wordt geregeld, o.a. de risico-overdracht en de leveringsverbintenis.

Afdeling vijf betreft de niet-nakoming van de contractuele verbintenissen en haar sancties. Hierin wordt behandeld: de uitvoering in natura, het recht op herstel van de schade, inclusief het schadebeding en het bevrijdingsbeding, de ontbinding wegens niet-nakoming, o.a. de ontbinding door kennisgeving van de schuldeiser op eigen risico (de buitengerechtelijke ontbinding) en de onregelmatige of abusieve buitengerechtelijke ontbinding, en de gevolgen van de ontbinding, de exceptie van niet-uitvoering, en de prijsvermindering. Ook de gevolgen van de niet-nakoming die niet toerekenbaar is aan de schuldenaar, worden behandeld.

Afdeling zes betreft de gevolgen van het contract voor derden. Hierbij worden o.a. de sterkmaking en het derdenbeding behandeld, evenals de rechtstreekse vordering en de derde-medeplichtigheid aan de miskenning van een contractuele verbintenis.

Afdeling zeven betreft het tenietgaan van het contract. Zo zal het contract eindigen door het tenietgaan van de verbintenissen, door de gerechtelijke of buitengerechtelijke nietigverklaring, door de opzegging van het contract in onderlinge overeenstemming, door de eenzijdige opzegging, door de gerechtelijke of buitengerechtelijke ontbinding wegens niet-uitvoering en door de onmogelijkheid door uitvoering of andere gevallen bepaald bij wet. Voor het eerst worden ook de postcontractuele verbintenissen en postcontractuele bedingen behandeld, nl. de overlevering na de beëindiging van het contract. Ook de restitutieplicht wordt behandeld.

Een tweede (en veel korter) hoofdstuk van de ondertitel rechtshandelingen betreft de eenzijdige rechtshandeling als bron van verbintenissen.

In het eerste hoofdstuk van de volgende ondertitel over de bronnen van verbintenissen (rechtsfeiten) worden de oneigenlijke contracten behandeld, nl. de zaakwaarneming, de onverschuldigde betaling en de ongerechtvaardigde verrijking.

Een tweede hoofdstuk betreft de buitencontractuele aansprakelijkheid. Aangezien dit deel uitmaakt van een andere vernieuwing van het burgerlijk recht gepland in het jaar 2018, worden de artikelen hier voorlopig voorbehouden zonder concrete invulling.

3. Het algemene regime van de verbintenis

De derde titel betreft het algemene regime van de verbintenis.

Na een eerste inleidende ondertitel betreft de tweede ondertitel de modaliteiten van de verbintenis, nl. de verbintenis onder voorwaarde en de verbintenis onder tijdsbepaling.

Vervolgens worden in een derde ondertitel de verbintenissen met pluraliteit van voorwerpen of subjecten behandeld, o.a. de cumulatieve verbintenis, de alternatieve verbintenis, de verbintenissen met pluraliteit van subjecten, zoals de deelbare verbintenis, hoofdelijkheid tussen schuldenaars, de ondeelbaarheid tussen schuldenaars en de verbintenissen in solidum, en de hoofdelijkheid en ondeelbaarheid tussen schuldeisers.

Vervolgens wordt de overdracht van verbintenissen behandeld. In een eerste hoofdstuk wordt uitvoerig ingegaan op de overdracht van de schuldvordering. Vervolgens komen de overdracht van schuld aan bod en de overdracht van het contract.

Een volgende ondertitel betreft de nakoming van de verbintenis, in het bijzonder de betaling. Hierin wordt ook de respijttermijn behandeld. Bij de bijzondere bepalingen voor geldelijke verbintenissen, worden de verschillende soorten interest uiteengezet (de remuneratoire interest, de moratoire interest en de compensatoire interest) en het principe van kapitalisatie. Hierbij wordt ook de betaling met indeplaatsstelling / subrogatie behandeld.

In ondertitel zes wordt de niet-nakoming van de verbintenis behandeld, o.a. een opsomming van de sancties (het recht op uitvoering in natura, het recht op herstel van de schade en het recht om de uitvoering van zijn eigen verbintenis op te schorten). Een tweede hoofdstuk betreft de toerekenbaarheid van de niet-nakoming, o.a. een definitie van de niet-toerekenbaarheid, de overmacht, het verzuim en de aansprakelijkheden voor de fout van hulppersonen en voor gebrekkige hulpzaken. Ook de ingebrekestelling wordt behandeld. Vervolgens worden hoofdstukken gewijd aan de verschillende sancties.

In ondertitel zeven komen de maatregelen ter bescherming van de rechten van de schuldeiser aan bod, nl. de zijdelingse vordering en de pauliaanse vordering.

Ten slotte worden in ondertitel acht de gronden van uitdoving van de verbintenis behandeld, nl. de betaling, de ontbindende voorwaarde of de uitdovende tijdsbepaling, de bevrijdende verjaring, de schuldvernieuwing, de kwijtschelding of eenzijdige afstand, de schuldvergelijking, het verval als gevolg van de verdwijning van het voorwerp, de schuldvermenging en de overige gevallen waarin de wet of het contract voorziet. Deze gronden van beëindiging worden vervolgens behandeld in de nieuwe hoofdstukken van deze ondertitel.

Minister Koen Geens organiseert een openbare bevraging over deze nieuwe bepalingen. Iedereen kan tot 1 februari 2018 feedback geven via bwcc@just.fgov.be . De wetgever kan vervolgens rekening houden met de input bij het opstellen van het uiteindelijk voorontwerp van wet dat aan het parlement zal worden voorgelegd.

Andere ontwerpen betreffen het goederenrecht (Boek II) en het bewijsrecht (Boek VIII). Kantoor Schoups volgt dit op en zal u hierover op de hoogte houden.

Voor meer informatie over dit specifieke onderwerp, kan u Siegfried Busscher (auteur en celhoofd Privaat Bouwrecht) raadplegen.