Het toekomstige regelgevend kader inzake overheidsopdrachten: een stand van zaken

Het toekomstige regelgevend kader inzake overheidsopdrachten: een stand van zaken

Op 14 juli 2016 werd in het Belgisch Staatsblad de Overheidsopdrachtenwet van 17 juni 2016 gepubliceerd (zie onze nieuwsbrief van 27 juli 2016). Deze wet, die de Europese Richtlijnen 2014/24/EU (klassieke sectoren) en 2014/25/EU (speciale sectoren) omzet in nationaal recht, is de opvolger van de Overheidsopdrachtenwet van 15 juni 2006. Alhoewel de Europese overheidsopdrachtenrichtlijnen moesten geïmplementeerd worden in nationaal recht tegen 18 april 2016, is de Overheidsopdrachtenwet van 17 juni 2016 nog niet in werking getreden bij gebrek aan uitvoeringsbesluiten.

De Belgische regelgever zette recent wel stappen in de goede richting van het omzettingsproces. Vooreerst werd op 26 januari 2017 een gewijzigde Rechtsbeschermingswet goedgekeurd (zie verder punt 1). Op het vlak van de uitvoeringsbesluiten zijn er ook evoluties. Zo heeft de ministerraad na het advies van de Raad van State het ontwerp van het nieuwe KB Plaatsing (klassieke sectoren) voorgelegd voor ondertekening aan de Koning (zie verder punt 2). Voorts ligt het gewijzigde KB Uitvoering voor advies bij de Raad van State (zie verder punt 3).

Deze nieuwe ontwikkelingen worden tevens besproken tijdens onze cliëntenseminaries van 25 april 2017 in Château Sainte-Anne te Brussel (in het Frans) en 9 mei 2017 in Kasteel Den Brandt te Antwerpen (in het Nederlands).

1. Goedgekeurde gewijzigde Rechtsbeschermingswet

Het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten (de "Rechtsbeschermingswet") werd op 26 januari 2017 goedgekeurd.

Het toepassingsgebied van de Rechtsbeschermingswet werd verruimd tot concessies en de terminologie werd aangepast aan de bewoordingen in de Overheidsopdrachtenwet van 17 juni 2016. Ook het toepassingsgebied van de regels die specifiek gelden voor opdrachten die de Europese drempels bereiken wordt uitgebreid. Indien de raming van de opdracht zich onder de Europese drempel bevindt, maar de goed te keuren uitgave is 20% hoger dan die drempel, dan worden deze regels alsnog van toepassing. Dit betekent dat er in principe een wachttermijn zal gelden tussen de mededeling van de gemotiveerde gunningsbeslissing en de sluiting van de opdracht.

Aanbestedende diensten hebben een nieuwe mededelingsplicht in geval van een opdracht geplaatst via mededingingsprocedure met onderhandeling, onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, onderhandelingsprocedure met of zonder voorafgaande oproep tot mededinging, concurrentiegerichte dialoog of innovatiepartnerschap: op verzoek van elke inschrijver die een regelmatige offerte heeft ingediend of van elke deelnemer die een oplossing heeft voorgesteld in het kader van een concurrentiegerichte dialoog moeten ze de informatie meedelen betreffende het verloop en de voortgang van de onderhandelingen en van de dialoog met de inschrijvers of deelnemers (art. 7/1 Rechtsbeschermingswet).

Deze mededeling gebeurt zo spoedig mogelijk en uiterlijk vijftien dagen na ontvangst van een schriftelijk verzoek hiertoe. Dit is een positieve tegemoetkoming aan de onzekerheid over het gebrek aan transparantie die inschrijvers kunnen ervaren wanneer zij in de zgn. "wachtkamer" worden geplaatst tijdens procedures met onderhandelingen of dialoog. Bij gebrek aan een uitdrukkelijke sanctie is het evenwel onduidelijk wat het gevolg is indien de aanbestedende dienst het verzoek niet of laattijdig inwilligt.

Louter om eventuele verwarring te vermijden, werd de omschrijving van het aanvangspunt van de wachttermijn anders verwoord (art. 11 Rechtsbeschermingswet). Zoals de Memorie van Toelichting verduidelijkt, is er echter inhoudelijk niets gewijzigd: de verhaaltermijnen vallen samen met de wachttermijn.

Tot slot valt het op dat de mogelijkheid om een forfaitaire schadevergoeding van 10% te vorderen n.a.v. de procedures waarbij de opdracht enkel wordt gegund a.d.h.v. het prijscriterium, uit de Overheidsopdrachtenwet is gehaald en is opgenomen in de Rechtsbeschermingswet (art. 16). Daarbij geldt de forfaitaire 10%-regel niet alleen meer voor aanbestedingen, maar ook voor "openbare of niet-openbare procedures wanneer de economisch meest voordelige offerte uitsluitend o.b.v. prijs wordt bepaald". Vreemd genoeg lijkt deze regel niet te gelden voor concessies en onderhandelingsprocedures die louter gegund worden o.b.v. prijs.

2. Ontwerp van nieuw KB Plaatsing (klassieke sectoren)

Algemeen kan vastgesteld worden dat er in het nieuwe KB Plaatsing een belangrijke focus ligt op de beleidsdoelstellingen van sociale dumping en ondersteuning van KMO’s.

Volgens het kabinet van de Eerste Minister zal nieuwe KB Plaatsing verder onder meer het volgende bevatten:

  • de invoering van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA);
  • de nieuwe regels voor de sociale en andere specifieke opdrachten;
  • de regels betreffende het veralgemeend gebruik van elektronische communicatiemiddelen;
  • de regels in verband met uitsluitingen en corrigerende maatregelen;
  • de aangepaste regels betreffende de verschillende (eerder al gekende of nieuwe) procedures.

Nu het ontwerp van dit nieuwe KB voor ondertekening aan de Koning is voorgelegd, zal de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad in principe niet erg lang meer op zich laten wachten. Wij volgen dit voor u verder op.

3. Ontwerp van gewijzigd KB Uitvoering

Op 17 februari 2017 keurde de ministerraad het ontwerp van het aangepaste KB Uitvoering goed en maakte het voor advies over aan de Raad van State.

I.t.t. het KB Plaatsing (klassieke sectoren) is er bij het KB Uitvoering geen sprake van een volledig nieuw KB, maar van een aanpassing. Een gemeenschappelijke factor van de ontwerpen van beide KB's is dat de nadruk ligt op het bestrijden van sociale fraude. Dit uit zich in het ontwerp van KB Uitvoering d.m.v.:

(1) de verhoogde transparantie in de onderaannemingsketen,

(2) het nazicht op de afwezigheid van uitsluitingsgronden in hoofde van de onderaannemers,

(3) de beperking van de onderaannemingsketen en

(4) de verplichte naleving van de erkenningsreglementering door de onderaannemers.

Andere regels die ingrijpend hervormd worden, zijn degene die betrekking hebben op de wijzigingen aan de opdracht tijdens de uitvoering ervan. Onder invloed van art. 72 Richtlijn 2014/24/EU (klassieke sectoren) en art. 89 Richtlijn 2014/25/EU (speciale sectoren) zullen de aangepaste algemene uitvoeringsregels meer mogelijkheden voorzien dan voordien om tot wijzigingen over te gaan.

4. Verdere timing

Naast de bovenvermelde uitvoeringsbesluiten zitten de volgende uitvoeringsbesluiten nog in de "pipeline":

  • de plaatsing van overheidsopdrachten in de speciale sectoren;
  • de regels inzake de plaatsing en de algemene uitvoeringsregels voor de concessieovereenkomsten;
  • de bepalingen inzake Bestuur.

De uitwerking van deze uitvoeringsbesluiten is mede bepalend voor de timing van de inwerkingtreding van het nieuw regelgevend kader.

W. Borsus, Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie, liet al eerder noteren dat hij verwacht dat het geheel in werking zal kunnen treden op 1 juli 2017.

Gelet op de reeks uitvoeringsbesluiten die tot nu toe geconcretiseerd moeten worden, is de vraag of deze ambitieuze doelstelling nog wel haalbaar is.

Voor meer info over dit specifieke onderwerp, kan u Geert Dewachter (auteur), Jan De Leyn (auteur) en Kris Lemmens (celhoofd Overheidsopdrachten en PPS) raadplegen.