De sprong van Geens - Modernisering insolventierecht

De sprong van Geens - Modernisering insolventierecht

Minister van Justitie Koen Geens plant met zijn nota van 6 december 2016 ("Sprong naar het recht voor morgen – hercodificatie van de basiswetgeving") een grondige hervorming van het ondernemingsrecht, het burgerlijk recht en het strafrecht. Ons kantoor volgt de ontwikkelingen in de twee eerste domeinen op de voet. In twee eerdere nieuwsbrieven stonden we stil bij de hervorming van het burgerlijk recht, en meer specifiek van het zakenrecht en verbintenissenrecht, alsook bij het nieuwe vennootschapsrecht. In deze nieuwsbrief besteden wij aandacht aan de hervorming van het insolventierecht.

Er zijn verschillende drijfveren om het insolventierecht nu te hervormen. Vooreerst is de logica om de voorlopig nog afzonderlijke Faillissementswet (1997) en WCO (2009) beter op elkaar af te stemmen en te incorporeren in het Wetboek economisch recht. Er is ook nood aan het informatiseren van het insolventiedossier. In de rechtspraak bestaan een aantal belangrijke onduidelijkheden bij de toepassing van met name de WCO. Tot slot is er ook in deze materie een tendens tot harmonisering op Europees niveau. Op 26 juni 2017 treedt de nieuwe Insolventieverordening (2015/848) in werking.

Op de Ministerraad van 23 december 2016 werd het “Voorontwerp van wet inhoudende invoering van het Boek XX “Insolventie van ondernemingen”, in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan Boek XX en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan Boek XX in het Boek I van het Wetboek van economisch recht” goedgekeurd. Het voorontwerp werd voor advies aan de Raad van State overgemaakt. De bedoeling zou zijn om de tekst in het voorjaar van 2017 aan het parlement voor te leggen.

De tekst zal algemene beginselen bevatten die gemeenschappelijk zijn voor beide procedures en vervolgens afzonderlijke delen met de specifieke regels voor elke procedure. Een belangrijke wijziging wordt de verruiming van het toepassingsgebied. Waar het faillissement thans enkel open staat voor ‘kooplieden’, heeft de WCO al een breder toepassingsgebied (kooplieden, maar ook landbouwers, de landbouwvennootschap en de burgerlijke vennootschappen met handelsvorm). Dit zou verder worden uitgebreid tot een ondernemingsbegrip, inclusief de vrijeberoepsbeoefenaars. Het ene en het ander past in een bredere tendens. Het traditionele onderscheid tussen handelaar en vrijberoepsbeoefenaar is niet langer houdbaar.

Het insolventiedossier wordt gemoderniseerd waarbij er wordt gekozen voor een doorgedreven elektronische procedure. Hiertoe wordt een Centraal Register Solvabiliteit opgericht. Informatisering zou ook moeten bijdragen tot een betere opsporing van de ondernemingen in moeilijkheden. Het register wordt gefinancierd via retributies voor de verplichte elektronische neerlegging van de schuldvorderingen, voor de inzage en voor het gebruik door de curator. De regering wil het register tegen 1 april 2017 uitrollen.

Inhoudelijk zou er geen sprake zijn van een Copernicaanse revolutie. Nieuw is de invoering van een zgn. ‘stil’ faillissement. In diezelfde lijn zou het mogelijk worden om al tijdens een faillissementsprocedure een fresh start te nemen. Het minnelijk akkoord buiten een gerechtelijke reorganisatie wordt aantrekkelijker gemaakt om de werklast te verminderen. Voorts zou een deel van de inmiddels gevestigde rechtspraak worden gecodificeerd en een aantal discussiepunten beslecht. Zo bepaalt artikel 49/4 WCO dat het collectief reorganisatieplan geen vermindering of kwijtschelding kan bevatten van “schuldvorderingen die zijn ontstaan uit vóór de opening van de procedure verrichte arbeidsprestaties”. Luidens een (betwist) arrest van het Grondwettelijk Hof dd. 24 maart 2016 valt de bedrijfsvoorheffing hieronder. Het Hof van Cassatie kwam nog op 16 juni 2016 echter tot de tegengestelde conclusie. Onduidelijkheid is er ook over de draagwijdte van de kwalificatie van buitengewone schuldeiser (art. 50 WCO). Hierover bestaan drie tegenstrijdige stellingen: kwalificatie t.b.v. de integrale schuld, de ingeschreven waarde van de zekerheid of de realisatiewaarde van de zekerheid. Er wordt een geheel van regels inzake aansprakelijkheid van de bestuurders opgenomen. De bedoeling is om ondernemingen in moeilijkheden tijdig tot reorganisatie of vereffening te bewegen. Tot slot worden de maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de nieuwe Insolventieverordening (2015/848) toegevoegd in een afzonderlijke maar ermee samenhangende titel.

Volledigheidshalve geven we nog mee dat de Reparatiewet Wet zakelijke zekerheden op roerende goederen op 30 december 2016 in het Belgisch Staatsblad is verschenen. Meteen wordt de inwerkingtreding van de Wet zakelijke zekerheden uitgesteld van 1 januari 2017 naar 1 januari 2018. In onze nieuwsbrief van 22 juli 2016 berichtten wij u al over uitstel en aanpassing van de nieuwe pandregelgeving en de nieuwe regels rechtstreekse vordering.

Wordt vervolgd.

Voor meer informatie over dit specifieke onderwerp, kan u Dave Mertens (auteur) en Gwen Bevers (celhoofd) contacteren.