Wetsvoorstel teneinde overheidsopdrachten toegankelijker te maken voor kmo's

Wetsvoorstel teneinde overheidsopdrachten toegankelijker te maken voor kmo's

In afwachting van de wetsontwerpen tot integrale omzetting van de nieuwe Europese richtlijnen inzake overheidsopdrachten hebben oppositiepartijen Ecolo en Groen een wetsvoorstel ingediend op 22 juni 2015 teneinde de huidige overheidsopdrachtenwetgeving reeds aan te passen om overheidsopdrachten toegankelijker te maken voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) [1].

Het wetsvoorstel van 22 juni 2015 is beperkt tot de verwezenlijking van twee doelstellingen: (1) administratieve vereenvoudiging en (2) eenvoudigere toegang en openstelling van de opdrachten voor kmo's.

Om deze doelstellingen te kunnen realiseren, suggereren de indieners van het wetsvoorstel drie wijzigingen aan de huidige Overheidsopdrachtenwet van 15 juni 2006 (nrs. 1-3) en één wijziging aan het KB Plaatsing van 15 juli 2011 (nr. 4):

1. Overeenkomstig de nieuwe Europese richtlijn 2014/24/EU mag de aanbestedende overheid van een inschrijver geen minimumjaaromzet verlangen die meer dan twee keer de geraamde waarde van de opdracht bedraagt, behalve in naar behoren gemotiveerde omstandigheden, bv. in verband met de bijzondere risico’s die kleven aan de aard van de werken, diensten of producten. De keuze om het maximum van tweemaal de geraamde waarde te overschrijden, dient de aanbestedende overheid te motiveren in de opdrachtdocumenten.

2. Het opdelen van de opdracht in percelen voor elke afzonderlijke prestatie wordt de regel. Van deze regel kan enkel worden afgeweken wanneer de onderverdeling in percelen afbreuk doet aan de mededinging en/of het voorwerp van de opdracht het niet mogelijk maakt afzonderlijke prestaties te onderscheiden. De aanbestedende overheid dient deze uitzondering te motiveren in de opdrachtdocumenten.

3. De inschrijvers vervullen de identificatievereisten louter door hun via de Kruispuntbank van Ondernemingen verkregen ondernemingsnummer aan de aanbestedende overheid te bezorgen. Bovendien wil het wetsvoorstel – in afwachting van het zgn. "Uniform Europees Aanbestedingsdocument" – een veralgemening van het gebruik van verklaringen op eer m.b.t. de uitsluitingsgronden en de technische, economische en financiële draagkracht doorvoeren. Enkel wanneer de opdracht effectief wordt toegewezen, zou de inschrijver binnen de 20 dagen de nodige stukken omtrent de voormelde selectiecriteria aan de aanbestedende overheid dienen te bezorgen.

4. Tot slot zouden de bepalingen inzake de kwalitatieve selectie in het KB Plaatsing van 15 juli 2011 worden aangevuld met de verplichting voor de aanbestedende overheid om bij de beoordeling van de financiële en economische draagkracht van een groep inschrijvers (bv. een tijdelijke handelsvennootschap) rekening te houden met alle kandidaten die deel uitmaken van die groep. Het wetsvoorstel wil hiermee vnl. bereiken dat ondernemingen in een samenwerkingsverband hun omzetcijfers mogen optellen, zodat ze makkelijker de opgelegde minimumjaaromzet behalen.

De bovenstaande wetswijzigingen zijn geïnspireerd op de nieuwe Europese overheidsopdrachtenrichtlijnen, maar bestrijken slechts een beperkt onderdeel van deze nieuwe overheidsopdrachtenrichtlijnen waarvan de uiterlijke omzettingsdatum 18 april 2016 is. Vooralsnog blijft het wachten op de wetsontwerpen van de Regering tot omzetting van deze nieuwe Europese richtlijnen. Wij houden u verder op de hoogte.

[1] Voorstel van wet teneinde overheidsopdrachten toegankelijker te maken voor kleine en middelgrote ondernemingen (M. Gerkens et al.), Parl.St.  Kamer  2014-15, nr. 06128, http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/54/1196/54K1196001.pdf (laatst geconsulteerd op 24 juni 2015).

Voor meer info over dit specifieke onderwerp, kan u  Kris Lemmens (auteur en celhoofd) en Jan De Leyn (auteur) raadplegen.