Informatieplichten in verzekeringen

Informatieplichten in verzekeringen

De uitbreiding van de informatieplichten in het verzekeringsrecht
 
Ingevolge drie koninklijke besluiten van 21 februari 2014[1] die in werking zijn getreden op 30 april 2014 dienen de verzekeraars en de verzekeringstussenpersonen zich te schikken naar de gedragsregels vervat in de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.
 
De verzekeraar of verzekeringstussenpersoon die in rechtstreeks contact treedt met de verzekeringsnemer moet zich op loyale, billijke en professionele wijze inzetten voor de belangen van de verzekeringsnemer. Alle informatie die hij verstrekt moet correct, duidelijk en niet misleidend zijn.
 
De verzekeraar of tussenpersoon zal de verzekeringsnemer passend moeten informeren over zichzelf en de diensten die hij verstrekt - zoals het al dan niet verstrekken van advies en de gehanteerde commissielonen - en over de verschillende soorten verzekeringsovereenkomsten die hij aan de verzekeringsnemer aanbiedt. Ook dient hij de verzekeringsnemer in te lichten over de bijhorende lasten, kosten en over het eventueel bestaan van belangenconflicten. Al deze informatie dient hij te verstrekken in een vorm begrijpelijk voor de cliënt.
 
Gevolgen voor spaar- en beleggingsverzekeringen
 
Voor spaar- en belegginsverzekeringen heeft dit tot gevolg dat de verzekeringsprofessional voor het sluiten van een spaar- of beleggingsverzekering de kennis en de ervaring van de verzekeringsnemer zal moeten nagaan met betrekking tot deze verzekeringsproducten, alsook zal de professional moeten informeren naar de financiële toestand van de verzekeringsnemer en de spaar- of beleggingsdoelstellingen die deze heeft.
 
Indien de verzekeraar of verzekeringstussenpersoon tot het besluit komt dat het verzekeringsproduct niet past bij de verzekeringsnemer, zal hij de verzekeringsnemer moeten waarschuwen. Indien hij niet kan uitmaken of het verzekeringsproduct passend is voor de verzekeringsnemer, mag hij de verzekeringsnemer geen verzekeringsproduct aanbevelen. Tot slot wordt de verzekeringsprofessional verplicht de verzekeringsnemer een verslag te bezorgen over de bemiddelingsdienst die heeft plaatsgevonden en de verzekeringsovereenkomst die gesloten werd.
 
Andere belangrijke wijziging
 
Vóór de inwerkingtreding van deze koninklijke besluiten diende de verzekeraar of verzekeringstussenpersoon enkel de behoeften van de cliënt te identificeren. Door de wijzigingen aan artikel 12bis, §3 van de wet betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen[2], zoals ook overgenomen in artikel 273, §3 van de nieuwe Verzekeringswet van 4 april 2014, dient de verzekeraar of de tussenpersoon er nu ook op toe te zien dat de verzekeringsovereenkomst beantwoordt aan de behoeften van zijn cliënt.
 
Vóór de wijziging diende de verzekeringsnemer op basis van zijn noden zelf een overeenkomst te kiezen. De nieuwe regeling heeft tot gevolg dat de informatieplichtige er op moet toezien dat de verzekeringsnemer een verzekeringsovereenkomst sluit die aansluit bij zijn noden. Zelfs wanneer hij geen advies verstrekt, zal hij de verzekeringsnemer moeten behoeden voor misstappen. Het niet waarschuwen van een verzekeringsnemer die een verzekeringsovereenkomst aangaat die niet bij zijn noden aansluit, zal dan ook een fout uitmaken die aanleiding kan geven tot aansprakelijkheid.
 
Deze informatie dient echter niet verstrekt te worden bij de verzekering van grote risico’s.[3]
 
[1] KB 21 februari 2014 tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, BS 7 maart 2014; KB van 21 februari 2014 over de regels voor de toepassing van de artikelen 27 tot 28bis van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten op de verzekeringssector, BS 7 maart 2014; KB van 21 februari 2014 inzake de krachtens de wet vastgestelde gedragsregels en regels over het beheer van belangenconflicten, wat de verzekeringssector betreft, BS 7 maart 2014.
[2] Wet 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, BS 14 juni 1995.
[3] Grote risico’s in de zin van art. 1,7 KB 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen of vanaf 1 november 2014 in de zin van art. 5, 39° wet 4 april 2014 betreffende verzekeringen, BS 30 april 2014.