Geschenken en voordelen in het kader van overheidsopdrachten in de gezondheidssector: “geven is zilver, weigeren is goud”

Geschenken en voordelen in het kader van overheidsopdrachten in de gezondheidssector: “geven is zilver, weigeren is goud”

Op 21 juni 2019 publiceerde het federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten (hierna ‘FAGG’) omzendbrief 646 betreffende premies en voordelen door ziekenhuizen in het kader van de wetgeving op de openbare aanbestedingen.

Het FAGG stelt vast dat aanbestedende overheden in de gezondheidssector soms zeer uiteenlopende, bijkomende voordelen of premies (bv. softwarepakketten of klinische proeven) mee in aanmerking nemen bij het toekennen van een opdracht voor de levering van geneesmiddelen en gezondheidsproducten. Het FAGG wijst in dit verband op artikel 10 van de Geneesmiddelenwet (BS 17 april 1964), die het toekennen, aanvaarden of verschaffen van dergelijke premies of voordelen bij de levering van geneesmiddelen of medische hulpmiddelen uitdrukkelijk verbiedt.

Dit verbod geldt in beide richtingen: zowel de afnemerszijde (bv. ziekenhuizen en woonzorgcentra) als de aanbiederzijde (bv. fabrikanten en groothandelaars) dienen een anti-omkopinghygiëne aan de dag te leggen.

Specifiek bekeken vanuit de afnemerszijde staat het opleggen van geschenken en voordelen niet alleen op gespannen voet met de Geneesmiddelenwet, maar ook met de regels in de overheidsopdrachtenreglementering die bepalen dat de gunningscriteria in verhouding moeten staan tot het voorwerp van de opdracht (art. 81, § 3 Overheidsopdrachtenwet van 17 juni 2016). Het FAGG geeft het voorbeeld van de eis om bijkomend software te leveren in het kader van een zuivere overheidsopdracht voor de levering van medicijnen.

Inbreuken kunnen strafrechtelijk bestraft worden en veroordelingen hiertoe kunnen tevens een impact hebben op de mogelijkheid voor ondernemingen om al dan niet deel te nemen aan toekomstige overheidsopdrachten.

Desalniettemin zijn er 3 uitzonderingen op het verbod om voordelen en geschenken toe te kennen aan zorginstellingen, die steeds dienen te worden afgetoetst aan de bovenvermelde overheidsopdrachtenvoorwaarde van een proportionele verhouding tot het voorwerp van de betrokken opdracht (en dit onder voorbehoud van eventuele verdere specifieke deontologische verplichtingen):

1. De premies en voordelen van zeer geringe waarde gerelateerd aan de beroepsuitoefening.

2. De vergoeding van legitieme prestaties met een wetenschappelijk karakter.

3. De uitnodiging tot en bekostiging van de deelname aan wetenschappelijke manifestaties.

Voor meer informatie over dit thema kan u contact opnemen met Jan De Leyn en Anke Meskens (auteurs).