Eerste arresten van de Raad voor Vergunningsbetwistingen over beroepen tegen definitieve onteigeningsbesluiten

Eerste arresten van de Raad voor Vergunningsbetwistingen over beroepen tegen definitieve onteigeningsbesluiten

Raad voor Vergunningsbetwistingen verliest rechtsmacht na dagvaarding voor de bevoegde vrederechter  - Raad voor Vergunningsbetwistingen is zonder rechtsmacht om de vernietiging van een onteigeningsmachtigingsbesluit uit te spreken

Vanaf 1 januari 2018 kunnen verzoeken tot schorsing of tot vernietiging van een definitief onteigeningsbesluit dat tot stand kwam onder het Vlaamse Onteigeningsdecreet worden ingediend bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. In zijn arresten van 23 juli 2019 doet de Raad uitspraak over de eerste vorderingen tot vernietiging die in het kader van het Vlaams Onteigeningsdecreet bij de Raad werden ingesteld. De vorderingen tot vernietiging hebben betrekking op het definitief onteigeningsbesluit kaderend in de realisatie van het bedrijventerrein ‘Siezegemkouter’. Ons kantoor was in de zaken betrokken.

In de zaken met rolnummer 1718-RvVb-720-A en 1718-RvVb-0746-A oordeelt de Raad dat hij niet langer over de rechtsmacht beschikt om zich uit te spreken over de wettigheid van het definitief onteigeningsbesluit omdat de verzoekende partijen inmiddels in onteigening werden gedagvaard voor het bevoegde vredegerecht. Ter staving van de interpretatie van het Onteigeningsdecreet in die zin verwijst de Raad onder meer naar de memorie van toelichting bij dat decreet en het advies van de Raad van State bij het voorontwerp van dat decreet. Met dit arrest sluit de Raad voor Vergunningsbetwistingen zich aan bij de rechtspraak van de Raad van State, Afdeling Bestuursrechtspraak, die tot de inwerkingtreding van het Vlaams Onteigeningsdecreet bevoegd was om kennis te nemen van beroepen tegen definitieve onteigeningsbesluiten.

In de zaak met rolnummer 1718-RvVb-0754-A oordeelt de Raad voor Vergunningsbetwistingen dat hij zonder rechtsmacht is om zich uit te spreken over het verzoek tot vernietiging gericht tegen het onteigeningsmachtigingsbesluit. De Raad oordeelt dat het machtigingsbesluit het karakter heeft van een louter voorbereidende rechtshandeling. Op grond van het machtigingsbesluit zelf staat de voorgenomen en met het voorlopig onteigeningsbesluit kenbaar gemaakte onteigening immers nog niet vast. De onteigenende overheid beschikt over een discretionaire handelingsbevoegdheid om al dan niet tot het aannemen van een definitief onteigeningsbesluit over te gaan. Echter oordeelt de Raad dat dit niet belet, voor zover de middelen in die zin ontwikkeld worden, dat de onwettigheid van het machtigingsbesluit, de onwettigheid van het definitief onteigeningsbesluit voor gevolg kan hebben.

Deze arresten hebben een zekere precedentwaarde t.a.v. de beoordeling van hangende en toekomstige beroepen die in het kader van het Vlaams Onteigeningsdecreet bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen werden/worden ingesteld. Tegen de arresten is cassatieberoep mogelijk bij de Raad van State. Wij volgen dit alvast met belangstelling op.

Voor meer informatie over dit onderwerp, kan u contact opnemen met de auteur van dit artikel: Céline Bimbenet.