De overdracht onder gerechtelijk gezag op losse schroeven?

De overdracht onder gerechtelijk gezag op losse schroeven?

De procedure van gerechtelijke reorganisatie biedt een onderneming in moeilijkheden drie manieren om de continuïteit van haar activiteiten te redden. Naast het sluiten van een minnelijk of een collectief akkoord met haar schuldeisers, kan de onderneming er tevens voor opteren om (een deel van) de onderneming onder gerechtelijk gezag over te dragen. De gerechtsmandataris speelt daarbij een centrale rol, aangezien hij wordt belast met het organiseren van het ganse verkoopproces.

Deze procedure kwam eveneens aan bod in de zaak Plessers. Mevr. Plessers was destijds tewerkgesteld bij NV Echo. Nadat NV Echo was toegelaten tot de procedure van gerechtelijke reorganisatie, vond er vervolgens een overdracht onder gerechtelijk gezag plaats waarbij NV Prefaco een deel van de onderneming overnam, waaronder 2/3 van het personeel. Op grond van het huidige artikel XX.86, §3 WER (oud artikel 61, §4 WCO) heeft de kandidaat-overnemer inderdaad de mogelijkheid in zijn bod te bepalen welke werknemers hij al dan niet wenst over te nemen.

Mevr. Plessers behoorde niet tot de overgenomen werknemers en vocht deze beslissing aan. In het kader van de daaropvolgende procedure stelde het Arbeidshof te Antwerpen vervolgens een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie over de verenigbaarheid van artikel XX.86, §3 WER met de Europese Richtlijn 2001/23/EG inzake het behoud van de rechten van werknemers bij de overgang van ondernemingen.

Het uitgangspunt van deze Richtlijn is dat arbeidsovereenkomsten bij overgang van een onderneming automatisch overgaan en dat een overgang an sich geen reden vormt om werknemers te ontslaan (art. 3 en 4). Artikel 5 voorziet in een uitzondering en bepaalt dat deze bescherming niet geldt wanneer het gaat om (i) de overgang van een onderneming (ii) die verwikkeld is in een faillissements- of gelijkaardige procedure (iii) met het oog op de liquidatie van het vermogen onder toezicht van een bevoegde overheidsinstantie (bijv. curator).

De advocaat-generaal Spzunar diende recent zijn conclusie in de zaak Plessers in. Hij oordeelt dat het keuzerecht om werknemers al dan niet over te nemen niet verenigbaar is met de Richtlijn 2001/23/EG. Hiervoor hanteert hij een tweetrapsredenering. In eerste instantie oordeelt hij dat de overdracht onder gerechtelijk gezag niet valt onder de uitzondering van artikel 5, aangezien niet is voldaan aan de voorwaarden. Voor wat de uitlegging van artikel 5 betreft, verwijst advocaat-generaal Spzunar expliciet naar de recente rechtspraak van het Hof van Justitie i.v.m. de Nederlandse pre-pack ( het zgn. stil faillissement). Vervolgens komt hij tot de conclusie dat de artikelen 3 en 4 van de Richtlijn 2001/23/EG, die aldus van toepassing zijn, zich verzetten tegen het recht voor de overnemer om te kiezen welke werknemers hij al dan niet wenst over te nemen.

De integrale tekst van de conclusie kan u HIER lezen.

Op de uitspraak van het Hof van Justitie is het voorlopig nog even wachten, al is het niet onwaarschijnlijk dat het Hof de conclusie van de advocaat-generaal zal volgen waardoor (het nut van) de procedure van gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag op losse schroeven komt te staan.

Voor meer informatie kan u steeds terecht bij Dave Mertens en Joost Bats.