Nieuwe wet verplichte verzekering architecten en anderen in de bouw

Nieuwe wet verplichte verzekering architecten en anderen in de bouw

Na de nieuwe verplichte tienjarige aansprakelijkheidsverzekering voor aannemers, architecten en “andere dienstverleners” (vnl. studiebureaus), heeft de wetgever recent in een nieuwe verplichte verzekering voorzien, nl. van de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid van architecten en andere dienstverleners in de bouwsector. Deze werd goedgekeurd door de Kamer op 25 april 2019 en zal in werking treden op 1 juli 2019, met uitzondering van hoofdstuk 11 over wijzigingen aan de wet van 31 mei 2017 m.b.t.de verplichte verzekering van de tienjarige aansprakelijkheid, die retroactief in werking is getreden op 1 juli 2018.

Met deze wet heeft de wetgever getracht om de behandeling van de verschillende beroepen binnen de bouwsector andere dan de aanneming (architecten, ingenieurs, landmeters-experten, studiebureaus, …) m.b.t. verplichte verzekeringen te uniformiseren door de verplichte verzekering burgerlijke aansprakelijkheid, die voordien al bestond voor architecten, te veralgemenen  naar alle intellectuele beroepen binnen de bouwsector. Dit gebeurt met uitzondering van de verzekering voor de tienjarige aansprakelijkheid, die reeds wordt geregeld door de wet van 31 mei 2017. De verzekeringsplichten die voordien bestonden voor specifieke beroepen, worden opgeheven door de nieuwe wet.

De nieuwe wet vormt in zekere zin een aanvulling op de wet van 31 mei 2017 m.b.t. de verplichte verzekering van de tienjarige aansprakelijkheid voor aannemers. De krachtlijnen van beide wetten zijn dan ook in grote mate dezelfde.

1. De beroepsaansprakelijkheid van de architect, landmeter expert, veiligheids- en gezondheidscoördinator of elke andere dienstverlener in de bouwsector, met uitzondering van de tienjarige aansprakelijkheid moet verzekerd zijn

Elke architect, landmeter expert, veiligheids- en gezondheidscoördinator of andere dienstverlener in de bouwsector die zelf of via zijn aangestelden intellectuele prestaties verricht, zal verplicht een verzekering moeten aangaan die zijn beroepsaansprakelijkheid dekt, met uitzondering van de tienjarige aansprakelijkheid voor stabiliteitsbedreigende gebreken. (Artikel 3)

Deze verzekeringsplicht geldt enkel voor personen die “intellectuele” of hoofdzakelijk immateriële prestaties verrichten, volgens de tekst van de wet. Zij geldt dus niet voor de klassieke aannemers die hoofdzakelijk materiële werken uitvoeren. Ook interne studiebureaus worden uitdrukkelijk uitgesloten. De parlementaire voorbereiding vermeldt enerzijds uitdrukkelijk ook als voorbeeld het beroep van de “hoofdaannemer” bij de “intellectuele beroepen in de bouwsector”, zonder toelichting over de concrete verbintenissen van “intellectuele” (of niet-materiële) aard die bijkomend door dergelijke verzekering gedekt moeten zijn. Zijn dit bv. de detail engineering, werkhuistekeningen, samenwerking bij BIM of Bouwteam, coördinatie van de werken van zijn onderaannemers, pilotage van nevenaannemers, opdrachten van Design & Build…? Dit is opmerkelijk, want verderop in de toelichting bij het voorontwerp, nl. in de voorlaatste alinea en in de bespreking bij art. 2, wordt beklemtoond dat de aannemers in het algemeen niet onder deze nieuwe verzekeringsplicht vallen.

In principe zal elke betrokken dienstverlener die onder het toepassingsgebied van de wet valt, individueel een verzekering moeten aangaan. Het is echter ook mogelijk om en globale verzekering te onderschrijven voor rekening van alle verzekerden. (Artikel 8)

De verzekeringsplicht, in tegenstelling tot de verzekeringsplicht voor de tienjarige aansprakelijkheid, geldt niet alleen voor de bouw van woningen, maar voor alle onroerende werken, zelfs deze waarvoor de tussenkomst van een architect niet verplicht is. Volgens de parlementaire voorbereiding valt dus ook de aanleg van een nieuwe weg of zelfs het realiseren van een onroerend kunstwerk onder het toepassingsgebied van de nieuwe wet.

2. Verzekerde aansprakelijkheid en bedragen

De nieuwe wet verplicht intellectuele dienstverleners om hun beroepsaansprakelijkheid voor intellectuele prestaties die zij verrichten, met uitzondering van de tienjarige aansprakelijkheid, te verzekeren (artikel 3, 1ste lid).

Daarnaast hebben zij volgens de wet “eveneens” de verplichting om een verzekering af te sluiten die hun aansprakelijkheid dekt voor vorderingen die zouden worden ingesteld binnen een termijn van drie jaar vanaf de dag dat zij hun inschrijving als architect of landmeter-expert of hun activiteiten als intellectuele dienstverlener beëindigen (art. 3, 2de lid). Dit lijkt eerder een tijdsbepaling dan een werkelijke andere verzekering.

De dekking van deze verzekeringen mag per schadegeval niet lager liggen dan 1.500.000,00 EUR voor de schade voortvloeiend uit een lichamelijk letsel, 500.000,00 EUR voor materiële en immateriële schade, 10.000,00 EUR voor voorwerpen die door de bouwheer werden toevertrouwd. Deze minimumbedragen zijn dezelfde als degene die voordien reeds van toepassing waren op de verplichte beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor architecten onder de oude wet. Er is nu wel de mogelijkheid om te voorzien in een jaarlijkse limiet voor alle schadegevallen gecombineerd, met een minimum van 5.000.000,00 EUR. (Artikel 4)

Daarnaast bevat de wet nog een limitatieve opsomming van elf schadegevallen die die van dekking kunnen worden uitgesloten. Naast deze elf uitsluitingen en de in de verzekeringswet voorziene uitsluitingen, zal de verzekeraar geen enkele andere schade van dekking mogen uitsluiten. (Artikel 5)

3.Controle en tariferingsbureau

Net zoals voor de verzekering voor de tienjarige aansprakelijkheid, zullen de verzekeraars jaarlijks een lijst moeten overmaken aan de Raad van de Orde van Architecten van de architecten die bij hen zijn verzekerd. Eenzelfde regeling wordt voorzien voor landmeters-experten, met een meldingsplicht aan de Federale Raad van landmeters-experten. (Artikel 12 en 13)

Ook de bepalingen over het tariferingsbureau worden overgenomen uit de wet van 13 mei 2018. Eenieder die dekking is geweigerd door minstens drie verzekeraars, zal een aanvraag kunnen indienen bij het tariferingsbureau. Het bureau zal dan zelf een premie vastleggen, rekening houdend met het risico dat de verzekeringsnemer vertoont. (Artikel 10)

4. Wijzigingen wet verplichte tienjarige aansprakelijkheidsverzekering

Verder brengt de nieuwe wet nog enkele beperkte wijzigingen toe aan de wet van 31 mei 2017 betreffende de verplichte tienjarige aansprakelijkheidsverzekering voor architecten, aannemers en andere dienstverleners (vnl. studiebureaus).

Zo voegt de nieuwe wet een definitie van het begrip “gesloten ruwbouw” toe aan artikel 2. Dit wordt nu duidelijker omschreven als: “de elementen die bijdragen tot de stabiliteit of de stevigheid van het bouwwerk alsook de elementen die voor de wind- en waterdichtheid van het bouwwerk zorgen”. Dit is van belang voor de vraag naar zowel de te dekken werken als de te dekken bouwpartners.

Daarnaast wordt schade voor dewelke is voorzien in een financiële tussenkomst ten voordele van slachtoffers van terreurdaden toegevoegd als een mogelijke uitsluitingsgrond. Daarnaast wordt ook het vereiste van blootstelling aan verboden producten geschrapt, waardoor voortaan alle schade voortvloeiend uit lichamelijk letsel kan worden uitgesloten.

Tot slot bereidt de nieuwe wet de uitzondering op de verzekeringsverplichting voor dienstverleners die hun activiteit uitvoeren als ambtenaar uit naar alle overheden en alle daarvan afhankelijke organen. 

Voor meer informatie over dit specifieke onderwerp, kan u Robbe Pelgrims (de auteur), Bob Goedemé (celhoofd Verzekeringsrecht) en Siegfried Busscher (celhoofd Privaat Bouwrecht) raadplegen.