De taal van facturen. Terug naar af?

De taal van facturen. Terug naar af?

Inleiding

Een recent gepubliceerd vonnis van de Ondernemingsrechtbank te Gent herinnert aan de soms onverwachte gevolgen van de taalwetgeving op het vlak van facturen.

Een onderneming gevestigd in Vlaanderen verzendt facturen aan haar Singaporese medecontractant. Zoals dat wel vaker gebeurt, zijn deze opgesteld in een taal die de medecontractant begrijpt, hier het Engels. Wanneer de facturen evenwel na een jaar nog steeds niet betaald zijn, gaat de onderneming over tot dagvaarding van maar medecontractant voor de (nu) ondernemingsrechtbank.

In plaats van de medecontractant tot betaling te veroordelen, stelt de rechtbank evenwel ambtshalve vast dat de facturen nietig zijn, want niet opgesteld in het Nederlands.

Wat nu?

Wat voorafging

Dat het in België niet eender is in welke taal u uw facturen opstelt, hebben we reeds uiteengezet in een eerdere nieuwsbrief (“De factuur, la facture, die Rechnung, the invoice, la factura”). Samengevat voor wat Vlaanderen betreft: alle verplichte vermeldingen op de facturen (en andere wettelijk voorgeschreven akten en bescheiden) die uitgaan van de exploitatiezetel van een bedrijf in het Nederlandse taalgebied, moeten in het Nederlands worden opgesteld. De sanctie is streng: een anderstalige factuur is nietig. De rechter moet dit in principe ambtshalve opwerpen. Dat betekent uiteraard niet dat er geen aanspraak meer kan worden gemaakt op betaling voor geleverde goederen of diensten. De rechter beveelt namelijk de vervanging van de factuur. Dat is ook wat in het hierboven besproken geval is gebeurd. Het gevolg van de nietigheid is dus niet dramatisch, maar betekent wel vertraging van de procedure, alsook dat de interesten pas beginnen lopen vanaf het moment dat de correcte factuur wordt uitgegeven.

In zijn arrest van 21 juni 2016 oordeelde het Europese Hof van Justitie dat deze strenge regels het Europese Unierecht schenden, omdat ze het vrije verkeer beperken o.a. omdat partijen niet de mogelijkheid wordt gelaten om voor hun facturen een taal te kiezen die zij beiden beheersen. Meer informatie over dit arrest kan u vinden in onze nieuwsbrief “Hof van Justitie zet de deur open voor soepelere taalregels voor facturen”.

Een beperkte aanpassing van het Vlaamse taaldecreet

De Vlaamse decreetgever heeft in 2017 het Vlaamse taaldecreet aangepast om tegemoet te komen aan voormelde uitspraak.

De wijzigingen aan het decreet zijn minimaal: enkel indien de factuur bestemd is voor een persoon gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER), met uitzondering van België, kan de onderneming met exploitatiezetel in Vlaanderen een bijkomende versie opmaken van haar factuur (naast de Nederlandstalige versie) in een officiële taal van één van de lidstaten van de EER, die dan ook rechtsgeldig is. In geval van tegenstrijdigheid tussen de versies, heeft de Nederlandstalige versie steeds voorrang.

Een vertaling toevoegen kon voordien uiteraard ook al, maar het ging dan niet om een rechtsgeldige versie. Het praktisch nut van het rechtsgeldig karakter van de bijkomende factuur lijkt evenwel eerder beperkt, precies omdat de anderstalige factuur steeds “bijkomend” is, naast de Nederlandstalige factuur die nog steeds op straffe van nietigheid is voorgeschreven.

Binnen België en naar landen buiten de EER toe blijft alles bij het oude. Op het hierboven besproken geval zou de nieuwe regel dus hoe dan ook geen invloed hebben gehad.

Vraag is of de Vlaamse decreetgever hiermee voldoende tegemoet komt aan het arrest van het Europese Hof van Justitie en een volgende toets nu wel zou doorstaan.

Besluit

Het besluit is dat het, de rechtspraak van het Hof van Justitie ten spijt, voor bedrijven met exploitatiezetel in het Nederlandse taalgebied (minstens voorlopig) belangrijk blijft om de facturen (ook) in de Nederlandse taal op te stellen.

Voor meer informatie over dit onderwerp kan u Geert De Buyzer en Sophie Deckers (auteurs) contacteren.