Ook heimelijke telefoonopnames kunnen dienen als bewijs

Ook heimelijke telefoonopnames kunnen dienen als bewijs

Stel u voor: om te bewijzen dat hij een factuur wel degelijk heeft geprotesteerd, brengt uw klant een heimelijk opgenomen telefoongesprek als bewijs bij. Mag de rechter daarmee rekening houden?

In een arrest van 12 maart 2018 brengt het Antwerpse Hof van Beroep de relevante principes in herinnering. Een aannemer en een onderaannemer voerden een betwisting over het al dan niet geprotesteerd zijn van een factuur. In eerste aanleg werd de aannemer bij gebrek aan protest veroordeeld tot betaling. In graad van hoger beroep beroept de aannemer zich op een heimelijk opgenomen telefoongesprek, om te bewijzen dat de betrokken factuur wel degelijk tijdig, gemotiveerd en herhaald werd geprotesteerd.

Het Hof van Beroep brengt in de eerste plaats in herinnering dat bewijs tussen ondernemingen principieel vrij is. Het bewijs mag dus met alle middelen worden geleverd, voor zover deze toegelaten en geoorloofd zijn. Vervolgens stelt het Hof vast dat er geen wettelijke bepaling het louter opnemen van een telefoongesprek zonder medeweten van de andere partij verbiedt of strafbaar stelt. Ten slotte wijst het Hof erop dat de geoorloofdheid van bewijs beoordeeld moet worden aan de hand van de zgn. “Antigoon”-rechtspraak van het Hof van Cassatie. Krachtens die rechtspraak, die in het strafrecht is ontwikkeld maar die ook in burgerlijke zaken geldt, kunnen heimelijke opnames gelden aan geoorloofd bewijs als (i) ze niet wettelijk verboden zijn, (ii) ze geen op straffe van nietigheid voorgeschreven vorm miskennen, (iii) ze betrouwbaar zijn en (iv) het gebruik ervan het recht op een eerlijk proces niet aantast. Het Hof achtte die voorwaarden vervuld en liet de heimelijke telefoonopnames bijgevolg toe als bewijs, meer bepaald als buitengerechtelijke bekentenis van de onderaannemer.

Het nieuwe bewijsrecht, dat is ingevoerd met de “Wet van 13 april 2019 tot invoering van een Burgerlijk Wetboek en tot invoeging van boek 8 “Bewijs” in dat wetboek” en dat in werking treedt op 1 november 2020 (zie onze eerdere nieuwsflash), brengt geen vernieuwingen met zich mee op het vlak van de beoordeling van de rechtmatigheid van het bewijs. De hierboven aangehaalde “Antigoon”-rechtspraak blijft dus van groot belang. 

Het is dus niet enkel in Amerikaanse politieseries dat geldt: “Anything you say can be used against you in court.”

Voor meer informatie over dit onderwerp kan u terecht bij Geert De Buyzer.