Uitvoering of herstel in natura

Uitvoering of herstel in natura

Hoewel veelal onbekend en onbemind, kan uitvoering of herstel in natura een valabele remedie bieden voor een schuldeiser die wordt geconfronteerd met een wanpresterende contractspartij. Specifiek in de aannemingspraktijk kan het in bepaalde omstandigheden voordelig zijn om de uitvoering of het herstel in natura van gebrekkige of onvoltooide werken – desgevallend onder toezicht van een (gerechts)deskundige – af te dwingen.

Bij ernstige contractuele tekortkoming van een schuldenaar in een wederkerige overeenkomst, heeft diens schuldeiser steeds een keuzerecht m.b.t. de manier van optreden. De schuldeiser kan opteren voor ofwel (i) de ontbinding van de overeenkomst ten laste van de schuldenaar ofwel (ii) de uitvoering of herstel in natura (dan wel bij equivalent). Waar de ontbinding het einde betekent van de contractuele relatie, blijft de overeenkomst bestaan wanneer gekozen wordt voor de tweede optie. Het behoud van de contractuele relatie kan soms te verkiezen zijn (bijv. om een bepaalde waarborg te behouden) waardoor uitvoering of herstel in natura interessanter kan zijn voor de schuldeiser in vergelijking met de ontbinding.

Bij uitvoering of herstel in natura wordt de miskende prestatie alsnog in natura uitgevoerd en de veroorzaakte schade in natura hersteld door de oorspronkelijke schuldenaar zelf of door een vervangende derde (op kosten van de oorspronkelijke schuldenaar). Een geldelijke schadevergoeding (herstel bij equivalent) is eveneens mogelijk, maar de uitvoering of het herstel in natura primeert en is volgens vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie de normale wijze van vergoeding van schade. Een rechter is bijgevolg in principe verplicht om de uitvoering en herstel van de schade in natura te bevelen wanneer de schuldeiser dit vordert of wanneer de schuldenaar dit zelf aanbiedt.

Toch is deze primauteitsregel niet absoluut en kent zij twee beperkingen. Vooreerst, indien de uitvoering en het herstel in natura abusief is dan wel niet (meer) mogelijk is, moet de uitvoering bij vervangend equivalent geschieden. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de concrete kosten van uitvoering en herstel in natura onevenredig zwaar zijn in verhouding tot het voordeel dat de schuldeiser daarvoor verkrijgt. De schuldeiser zal in dergelijk geval genoegen moeten nemen met een geldelijke schadevergoeding. Het verbod op rechtsmisbruik maakt aldus een eerste beperking uit. Ten tweede mag de uitvoering en herstel in natura niet (feitelijk) onmogelijk zijn. Zo zal een dermate ernstige vertrouwensbreuk tussen contractspartijen aanleiding kunnen geven tot de onmogelijkheid om uitvoering of herstel in natura af te dwingen. Ook in dergelijk geval zal de schuldeiser genoegen moeten nemen met een geldelijke schadevergoeding.

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Els Op de Beeck (celhoofd Privaat Bouwrecht) en Gertjan Van Hoeyweghen (de auteur).