Hof van beroep te Antwerpen beschouwt THV als zelfstandig rechtssubject in het kader van een rechtstreekse vordering van de onderaannemer

Hof van beroep te Antwerpen beschouwt THV als zelfstandig rechtssubject in het kader van een rechtstreekse vordering van de onderaannemer

Het instellen van een rechtstreekse vordering op grond van artikel 1798 van het Burgerlijk Wetboek lijkt eenvoudig maar dit blijkt zeker wanneer er tijdelijke handelsvennootschappen (THV) bij het bouwproces betrokken zijn niet altijd het geval te zijn (zie hierover ook M. SCHOUPS en P. VAN DEN BOS, “Het instellen van een rechtstreekse vordering” (noot onder Brussel 1 december 2015 en Brussel 22 februari 2016), TBO 2017, afl. 5-6, 537-540). 

In het arrest van 28 februari 2018 heeft het hof van beroep te Antwerpen hierin een belangrijk standpunt ingenomen. Het hof werd in dezer geconfronteerd met volgende contractuele situatie:

De aanbestedende overheid gunde werken aan hoofdaannemer X, dewelke op zijn beurt een onderaannemingsovereenkomst sloot voor de uitvoering van de werken met THV Y waarvan hoofdaannemer X zelf één van de vennoten was. De THV besliste om op haar beurt een deel van haar werken in onderaanneming te geven aan onderaannemer Z. 

Onderaannemer Z stelde een rechtstreekse vordering in bij de aanbestedende overheid.

 

Het hof oordeelde dat de rechtstreekse vordering van onderaannemer Z ongegrond is. 

Aangezien artikel 1798 van het Burgerlijk Wetboek een regeling uitsluit waarin alle onderaannemers een rechtstreekse vordering t.a.v. de bouwheer zouden genieten (GWH 2 februari 2012, nr. 12/2012), kon onderaannemer Z geen rechtstreekse vordering stellen bij de aanbestedende overheid aangezien deze niet de schuldenaar is van THV Y die op haar beurt schuldenaar is van onderaannemer Z. 

Van belang is dus dat het hof THV Y daarbij als een zelfstandig rechtssubject beschouwt die een afzonderlijke plaats heeft in de keten. Deze is dus te onderscheiden van hoofdaannemer X.

Voor meer informatie over dit onderwerp kan u Maarten Somers en Pim van den Bos (auteurs) raadplegen.