A1-detacheringsformulier niet langer onaantastbaar

A1-detacheringsformulier niet langer onaantastbaar

In een recent spraakmakend arrest besliste het Hof van Justitie dat een nationale rechter van de lidstaat van ontvangst het A1-formulier dat werd afgeleverd door de uitzendstaat onder bepaalde omstandigheden terzijde kan schuiven in geval van fraude.

Het A1-formulier vormt in principe het bewijs dat een bepaalde buitenlandse (EU) werknemer onderworpen is aan de sociale zekerheid van het land van waaruit hij tewerkgesteld wordt. Het A1-formulier wordt afgeleverd door de sociale zekerheidsinstelling van het land van afkomst.

De zaak “Altun” had betrekking op Bulgaarse ondernemingen die werknemers naar België detacheerden in de bouwsector. De Belgische RSZ had aan de Bulgaarse sociale zekerheidsinstelling gevraagd om het A1-formulier in te trekken omdat de betrokken aannemers geen reële activiteiten hadden in Bulgarije. Hoewel de detacheringsvoorwaarden daardoor duidelijk niet waren nageleefd, weigerde de Bulgaarse overheid echter dit verzoek en bevestigde zij de geldigheid van de door haar afgeleverde A1-formulieren.

Het Europese Hof van Justitie oordeelde in het arrest Altun dat de Belgische rechter in die omstandigheden de A1-formulieren naast zich neer kan leggen en alsnog de Belgische sociale zekerheid van toepassing kan verklaren. Het Hof stelt daarbij wel een aantal voorwaarden:

1) de bevoegde instantie in de ontvangststaat (in België de RSZ) moet aan de bevoegde instantie in de uitzendstaat (in dit geval de Bulgaarse sociale zekerheidsinstelling) een verzoek richten om de afgeleverde A1-formulieren te heroverwegen en in te trekken;

2) het verzoek van de ontvangststaat moet gebaseerd zijn op concrete feiten uit een gerechtelijk onderzoek die wijzen op detacheringsfraude;

3) de bevoegde instantie in de uitzendstaat (in dit geval de Bulgaarse sociale zekerheidsinstelling) moet het verzoek van de ontvangststaat geweigerd hebben of niet binnen een redelijke termijn beantwoord hebben, zodat de A1-formulieren niet werden ingetrokken.

Het Hof van Justitie haakt haar oordeel vast aan het fraus omnia corrumpit beginsel. De vaststelling van fraude vereist volgens het Hof zowel een objectief (voorwaarden voor de detachering zijn niet vervuld) als een subjectief element (intentie om het A1-formulier oneigenlijk te gebruiken).

Dit arrest is zeer opmerkelijk, aangezien het Hof van Justitie tot nog toe steeds in herhaalde rechtspraak de bindende kracht van de afgeleverde A1-formulieren heeft bevestigd. Hierdoor waren Belgische inspectiediensten steeds afhankelijk van de goodwill van de buitenlandse sociale zekerheidsinstelling om de door hen afgeleverde A1-formulieren in te trekken.

Eerdere wetgeving waarbij voormalig staatssecretaris voor fraudebestrijding John Crombez het voor Belgische rechters mogelijk maakte om A1-formulieren in geval van fraude te overrulen[1], werd omwille van deze rechtspraak van het Hof van Justitie (terecht) sterk bekritiseerd.

Door het Altun arrest krijgen de inspectiediensten nu toch meer mogelijkheden om detacheringsfraude aan te pakken, zij het dat wel rekening gehouden zal moeten worden met de hierboven vermelde voorwaarden, die in de Belgische wetgeving momenteel niet opgenomen zijn.

Wordt ongetwijfeld nog vervolgd.

  1. Voor meer info over dit specifieke onderwerp, kan u Sébastien van Damme (auteur) en Sara Cockx (auteur en celhoofd) raadplegen.

 

[1] Art. 24 Programmawet 27 december 2012